Terwijl Israël en Hamas onderhandelen over een mogelijke vredesdeal, blikken wij terug op een gesprek dat plaatsvond nét voor de diplomatieke bewegingen op gang kwamen. Twee weken geleden spraken we professor Koert Debeuf, Midden-Oosten-kenner, in hartje Brussel. In dit interview deelt Debeuf zijn inzichten over de regio, de rol van Europa en de fragiele balans tussen macht en moraal.
Wat vindt u van de aanval van Israël in de Qatarese hoofdstad Doha op Hamas-kopstukken, en wat betekent die aanval voor het vredesproces?
Het is een roekeloze aanval om meerdere redenen. Ten eerste ligt er een voorstel van Trump op tafel dat verregaand is, zelfs voor Hamas, die aanvankelijk weinig bereidheid toonde om hierover te praten. Op verzoek van de Verenigde Staten heeft Qatar Hamas toch overtuigd om het voorstel te bekijken. Terwijl ze dat doen, worden ze gebombardeerd. Dat is in feite een moordaanslag-weliswaar mislukt- maar het is tegelijk een aanval op het vredesproces zelf. Ten tweede toont deze actie aan dat Israël geen vrede nastreeft. Geen staakt-het-vuren, geen onderhandelingen. Israël zegt dat de aangevallen personen betrokken waren bij 7 oktober. Dat klopt misschien, maar het zijn ook de mensen die namens Hamas kunnen onderhandelen. Zij hebben het mandaat en de geloofwaardigheid om namens de organisatie een akkoord te sluiten. Als je hen uitschakelt, wie blijft er dan nog over om te onderhandelen? Ten derde is er de kwestie van Qatar. Dit is het vijfde land buiten de Palestijnse gebieden dat Israël aanvalt in het afgelopen jaar, na Libanon, Syrië, Jemen en Iran. Qatar heeft op zich niets met Iran te maken. Het is een onafhankelijk land en bovendien een belangrijke bondgenoot van de Verenigde Staten en de NAVO. De grootste Amerikaanse militaire basis in het Midden-Oosten ligt in Qatar, niet ver van waar de raketten zijn afgevuurd. Trumps eerste buitenlandse reis ging naar Saoedi-Arabië, Qatar en de Emiraten, waar hij met open armen werd ontvangen. Hij hecht duidelijk veel waarde aan deze landen. En nu wordt net één van die landen aangevallen door Israël. Dat is een stevige klap in het gezicht van Trump. Alles bij elkaar maakt dit Israël tot een onvoorspelbare staat.
Heeft de regering-Trump geen vat op Netanyahu?
Eigenlijk zit het eerder andersom: Netanyahu doet wat hij wil, en de VS lijken het met afgrijzen aan te zien. Ze worden vaak pas geïnformeerd als een operatie al bezig is. Het is bijna onbegrijpelijk dat de Verenigde Staten hem nog blijven steunen, ondanks alles wat hij heeft gedaan. Die steun lijkt steeds minder gebaseerd op controle of invloed, en steeds meer op het slikken van voldongen feiten.
De documentaire Bibi Files toont aan dat een eeuwigdurende oorlog niet alleen een geopolitieke strategie is, maar ook een persoonlijke doelstelling van premier Netanyahu. Volgens de makers gebruikt hij oorlog als middel om zijn macht te behouden. Hoe ziet u dat?
Dat is iets wat ik al lange tijd beweer. Vlak na de aanslagen en het begin van de oorlog kelderde Netanyahu’s populariteit. Maar hoe langer het conflict duurt, en hoe meer landen erbij betrokken raken -zeker als er een oorlog met Iran uitbreekt- hoe sterker zijn positie wordt. Mocht er nu verkiezingen komen, dan zou hij die waarschijnlijk niet winnen. Maar door het conflict te rekken, vergroot hij de kans om aan de macht te blijven én om juridische vervolging te ontlopen. Dat is een cruciaal element. Een treffend voorbeeld: er was een hoorzitting gepland, ik meen zo’n twee maanden geleden. Op diezelfde dag voerde Israël een aanval uit op Syrië. Het gerecht oordeelde dat de situatie te ernstig was, en stelde de hoorzitting uit. Dat soort timing is geen toeval. Het is een patroon dat we vaker zien, en dat Bibi Files ook goed documenteert.
Denkt u dat door deze aanslepende oorlog meer gematigde Israëli’s vertrekken naar de VS, terwijl de ultraorthodoxen achterblijven? Zal er een bevolkingsevolutie plaatsvinden?
Die evolutie is eigenlijk al een tijd aan de gang. Sinds 2011 zijn er naar schatting zo’n 600.000 Israëlische Joden vertrokken uit Israël. We weten niet exact wie ze zijn, maar het is aannemelijk dat het vooral gematigde mensen zijn die zeggen: “Dit is niet langer het land waarvoor we gekomen zijn.” Toch krimpt de bevolking van Israël niet, omdat er ook nieuwe groepen toekomen. Vaak zijn dat immigranten uit Rusland, en in toenemende mate ook kolonisten die ideologisch sterk rechts staan. Wie vandaag nog naar Israël verhuist, doet dat meestal vanuit overtuiging: ze steunen het kolonisatieproject en de bredere ideologie erachter. Daardoor ontstaat er een demografische verschuiving binnen Israël, richting rechts en zelfs extreemrechts. Dat is op termijn problematisch voor de progressieve en gematigde groepen, die zich wel laten horen, maar steeds meer in de minderheid raken.
Wat vindt u van de beslissingen van de federale regering over de sancties tegen Israël en de voorwaardelijke erkenning van Palestina?
Eerst en vooral: het is goed dat er überhaupt een beslissing is genomen. Dat is op zich al positief. België was de voorbije maanden wat weggezakt in het Europese peloton, maar met deze stap komt het opnieuw mee aan de kop. Ook de beslissing om de verklaring van New York te ondertekenen is een belangrijke en positieve ontwikkeling. Wat betreft de voorwaarden voor de erkenning van Palestina-zoals het uitsluiten van Hamas, de vrijlating van alle gijzelaars en de organisatie van een democratisch proces- daar heb ik wel bedenkingen bij. Die voorwaarden klinken logisch, maar ze zijn in de praktijk moeilijk uitvoerbaar. De vrijlating van gijzelaars is onderdeel van een onderhandelingsproces, en dat proces wordt net getorpedeerd door Israël, zoals we deze week nog hebben gezien. En wat betreft verkiezingen: die kunnen enkel georganiseerd worden als Israël dat toelaat. Met andere woorden, de erkenning van een Palestijnse staat wordt afhankelijk gemaakt van beslissingen die Israël moet nemen. Dat is niet helemaal fair. Ik begrijp dat men voorwaarden wil koppelen aan erkenning, om een vorm van compromis of druk te creëren. Maar intellectueel gezien is dat een problematische redenering. Er liggen veel plannen op tafel, maar als Israël niet meewerkt, gebeurt er niets.
Waarom hebt u tijdens het SOS Gaza-event in de zomer de oproep “J’accuse” gelanceerd?
Voor mij draait het om de verdediging van de internationale rechtsorde. Ik ben een overtuigd voorstander van een wereld waarin het internationaal recht boven alles staat. De Verenigde Naties zijn na de Tweede Wereldoorlog opgericht op basis van dat principe: samen regels vastleggen om ervoor te zorgen dat recht primeert boven macht. Daaronder vallen ook de mensenrechten. Landen die dat recht schenden, moeten op zijn minst op de vingers worden getikt. En als de schending ernstig is, moet men durven verder gaan. Internationaal recht betekent ook dat we instellingen zoals het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof erkennen en ondersteunen. Dat is een hoeksteen van onze internationale orde. Wanneer men, om welke reden dan ook, beslist om dat recht niet toe te passen, dan dreigt die hele orde in elkaar te stuiken. En het Westen- Europa in het bijzonder- is altijd een hoeder van dat recht geweest. De Europese Unie is zelfs gebouwd op die principes. Kijk naar de reactie op de inval van Rusland in Oekraïne: snel, krachtig, en terecht. Maar als we kijken naar wat er nu gebeurt in Gaza, dan zien we niet dezelfde reactie. Dat komt deels door emotionele redenen die teruggaan tot de Tweede Wereldoorlog. Ik begrijp die gevoeligheden, maar als we onze emoties en bondgenootschappen boven het recht plaatsen, dan zitten we met een gigantisch probleem. Het creëert een precedent.
Hoe kunnen we nog geloofwaardig China aanspreken over de behandeling van de Oeigoeren, als we zelf het internationaal recht selectief toepassen? Dat is de hypocrisie van het Westen, en daar is wereldwijd veel kritiek op. Als onze geloofwaardigheid wordt aangetast, dan verliezen we onze morele autoriteit. En wie dat niet wil zien, sluit de ogen voor de realiteit. Daar word ik kwaad van. Daarom zeg ik: ‘J’accuse’. Die dubbele standaarden die Europa hanteert zijn onhoudbaar. Met een beschuldigend vingertje naar anderen wijzen die de rechtsorde niet respecteren wordt onhoudbaar. We hebben jarenlang de rest van de wereld de les gespeld. En nu, bij Israël, doen we dat plots niet. Dat maakt mensen woedend.
Gelooft u nog in de democratische belofte van de Arabische revolutie van 2011?
Goh, dat is een grote vraag. Laat me het zo zeggen: de wil van de mensen was overduidelijk. De overgrote meerderheid wilde democratie. Ik was zelf aanwezig bij de eerste verkiezingen in Tunesië en Egypte, ben naar stemkantoren gegaan waar mensen urenlang in de rij stonden. Die drang naar democratie was echt en diepgeworteld. Uiteindelijk is het in veel landen misgelopen, om uiteenlopende redenen. Maar dat betekent niet dat die wil verdwenen is. Zeker onder de jonge bevolking leeft die hoop nog steeds. Het proces is afgegleden, ja, maar het verhaal is niet ten einde. Democratisering is een lang en grillig proces.
Ik vergelijk het vaak met de Franse Revolutie. In Europa vergeten we vaak dat die revolutie niet zomaar begon en eindigde op 14 juli 1789. De bestorming van de Bastille was symbolisch, maar Frankrijk kende pas in 1870, met de Derde Republiek, een stabiele democratie. Daartussen lagen 80 jaar, 14 grondwetten, burgeroorlogen, revoluties, keizerrijken, koninkrijken en een Europese oorlog onder Napoleon. Het was een tumultueus pad, vol vallen en opstaan. Als we dat vergeten en de Arabische wereld beoordelen op één decennium, getuigt dat van arrogantie. De term “Arabische winter” vind ik dan ook te simplistisch. Geschiedenis is geen Vivaldi-stuk met vier seizoenen. Het is een proces dat tijd vergt.
Heeft de Amerikaanse aanval in juni een invloed gehad op de Iraanse samenleving, en is het theocratische regime daardoor verzwakt?
Op korte termijn is het regime juist versterkt. Dat zien we vaak: hoe verdeeld een samenleving ook is, een aanval van buitenaf leidt tot een reflex van nationale eenheid. Mensen zeggen dan: “Ik ben misschien tegen Khamenei en het regime, maar ik ben wel Iraniër.” Die aanval wordt als onaanvaardbaar ervaren, en dat creëert wat men in het Engels noemt een rally around the flag-effect. Plots verenigt men zich achter de nationale symbolen en leiders, ongeacht eerdere kritiek. Daarom was de oproep van Netanyahu om in opstand te komen ook zo misplaatst. Dat werkt net averechts: externe druk versterkt de interne cohesie, zelfs binnen een verdeeld land. Maar op lange termijn heeft de aanval wel iets blootgelegd dat velen heeft verrast: Iran blijkt militair zwakker dan gedacht. De Mossad kon netwerken platleggen, en de Amerikanen konden bombarderen zonder dat er een directe Iraanse tegenreactie kwam. Dat was opvallend. Het toonde dat het regime, of minstens het militaire apparaat, kwetsbaarder is dan men dacht.
Bereikt Israël vanuit militair oogpunt haar doelen in de oorlog tegen Hamas?
Als Israël zegt dat het doel is om Hamas te vernietigen en de gijzelaars vrij te krijgen, dan moeten we naar de feiten kijken. Er zijn 251 gijzelaars genomen. Het leger heeft er in heel deze oorlog slechts vijf kunnen bevrijden. De rest is vrijgelaten via onderhandelingen, en er zijn waarschijnlijk meer gijzelaars omgekomen door de aanvallen dan gered. Met andere woorden: de doelstelling wordt niet bereikt. Veel van wat er gebeurd heeft uiteindelijk een averechts effect: het vergroot de polarisatie, het voedt het gevoel van woede tegenover Israël niet alleen in de buurlanden, maar wereldwijd.
Israël isoleert zichzelf op deze manier.
Absoluut. Ik heb veel Joodse en Israëlische vrienden, en velen onder hen zien dit met lede ogen gebeuren. Ze zeggen: “Wie kan dit nog verdedigen?” En dat wordt steeds moeilijker. Behalve voor de harde kern van voorstanders, die uit emotionele verbondenheid blijven steunen, zelfs wanneer de realiteit hen tegenspreekt. Ik vind het dramatisch. Het grootste slachtoffer- naast het immense menselijke leed- is uiteindelijk Israël zelf. Als dit conflict ooit eindigt, blijft Israël achter met een enorme kater. De internationale steun is weggevallen, de samenleving is diep gepolariseerd, en fundamentele vragen over de identiteit van het land komen opnieuw bovendrijven. En dat is bijzonder jammer. Want ik heb een grote affiniteit met het jodendom. Wat hier gebeurt, is een tragedie voor Israël, voor de regio, en voor de wereld.
Hoe reageert Saoedi-Arabië, de aartsrivaal van Iran, op de aanvallen?
De Saoedi’s zijn er duidelijk tegen. Saoedi-Arabië streeft naar stabiliteit in de regio en is al geruime tijd in dialoog met Iran. Riyad beseft dat voortdurende instabiliteit in de regio hun eigen ambities ondermijnt. Saoedi-Arabië zit midden in een grootschalig hervormingsproces, met Vision 2030 als leidraad. Men is daar bijzonder ambitieus: economische diversificatie, toerisme, technologische innovatie. Hoe labieler de regio wordt, hoe moeilijker het wordt om die plannen te realiseren. Daarom investeert Saoedi-Arabië ook in Syrië, ondanks hun afkeer van jihadistische groeperingen. Jihadisten vormen per definitie een bedreiging voor gevestigde systemen, en Riyad wil dat soort instabiliteit koste wat kost vermijden. Hun prioriteit is rust in de regio, niet escalatie.
Is het islamisme op haar retour?
Volgens mij wel. Islamitische bewegingen hebben de afgelopen vijftien jaar enorm veel geloofwaardigheid verloren. Het hoogtepunt lag wellicht rond 2012–2013, toen de Moslimbroeders in verschillende landen aan de macht kwamen. Dat was een cruciaal moment: voor het eerst kregen islamitische partijen de kans om te regeren, en velen geloofden dat zij het beter zouden doen, eerlijker, transparanter, met het welzijn van de bevolking voorop. Ik woonde toen in Egypte en kan getuigen dat het op vlak van vrijheid van meningsuiting het vrijste jaar ooit was. Je kon zeggen wat je wilde, debatteren, schrijven. Dat was indrukwekkend. Maar op andere vlakken liep het moeilijk: economisch, bestuurlijk, sociaal. Mensen raakten teleurgesteld. Niet omdat alles slecht was, maar omdat de verwachtingen zo hoog lagen. Die teleurstelling heeft het islamitische project fundamenteel geknakt. Het idee dat islamisten automatisch betere bestuurders zouden zijn, raakte ondergraven. En sindsdien is het islamisme in vrije val.
Is de teloorgang van islamitische partijen, nadat ze aan de macht zijn gekomen, vergelijkbaar met extreme partijen in Europa?
Je kunt het islamisme inderdaad op bepaalde vlakken vergelijken met extreemrechts in onze buurlanden. Partijen die lang in de oppositie zitten, beloven vaak dat “alles anders zal worden” zodra ze aan de macht komen. Maar eenmaal in het bestuur blijkt dat veel van die beloftes niet haalbaar zijn. Hoe groter de belofte, hoe groter de teleurstelling. Dat tast hun geloofwaardigheid aan, en dat zie je ook terug in verkiezingsuitslagen. Toch is islamisme iets fundamenteler. Het gaat dieper dan proteststemmen. In landen zoals Iran zie je dat religie en macht volledig verweven zijn. Wanneer mensen zich verzetten tegen het regime, dan raakt dat ook hun relatie tot het geloof. In werkelijkheid volgt de bevolking het religieuze systeem nauwelijks nog. Dat komt deels door het feit dat religie in Iran lang een instrument van macht is geweest. Het religieuze leven is daar vaak formeel en opgelegd, eerder artificieel dan spontaan. En dat leidt tot vervreemding. Mensen keren zich niet noodzakelijk af van het geloof zelf, maar wel van de manier waarop het wordt geïnstitutionaliseerd. Mensen bouwen hun eigen geloofsbeleving op, los van de officiële leer. Het religieuze leven wordt geïndividualiseerd.
De enorme bevolkingsexplosie samen met de slinkende watervoorraden gaan dat de grootste problemen worden in het Midden-Oosten?
De combinatie van een enorme bevolkingstoename en slinkende watervoorraden vormt volgens mij het grootste structurele probleem voor de toekomst van het Midden-Oosten en de bredere regio. Klimaatverandering heeft overal een enorme impact, maar in deze zone is die impact existentieel. In Sub-Saharaans Afrika zijn de gevolgen ronduit verwoestend. Als we specifiek kijken naar de Nijl, dan is het duidelijk dat er dringend een akkoord moet komen tussen de betrokken landen. Dat is potentieel explosief, maar tegelijk ook oplosbaar.

Koert Debeuf is professor Internationale politiek aan de VUB en Brussels school of governance. Daarnaast is hij ook research fellow aan de universiteit van Oxford. Van professor Debeuf verscheen in 2025 zijn recentste boek ‘Wat je moet weten om het Midden-Oosten te begrijpen’.