donderdag 5 maart, 2026

OPINIE: Kan Europa moreel blijven in een assertievere grondstoffenstrijd in Afrika?

Buzwagi-goudmijn, gelegen in de Shinyanga-regio van Tanzania. Foto ©VUKA

Een nieuwe spoorwegverbinding, de Lobito-corridor, moet de reistijd voor koper en kobalt uit Congo en Zambia terugbrengen van 45 dagen naar 1 week. Dit vlaggenschipproject, gesteund door de Europese Unie en de Verenigde Staten, toont hoe Europa en Amerika hun inhaalslag proberen te maken in Afrika’s grondstoffenrace. Jarenlang investeerden China en de VS strategisch in Afrika’s bodemrijkdom, van mijnen tot havens, terwijl Europa hoofdzakelijk morele bijsluiters meegaf bij zijn aarzelende betrokkenheid. Het resultaat? Een continent rijk aan kobalt, koper, uranium en andere zeldzame mineralen is opnieuw uitgegroeid tot het toneel van grootmachten die strijden om invloed, waarin Europa toekijkt en dreigt te verliezen.


 

China: grondstoffen voor infrastructuur zonder vragen

China is de afgelopen decennia uitgegroeid tot een dominante speler in Afrika. Met grote leningen en bouwprojecten ruilt Beijing infrastructuur voor toegang tot grondstoffen, zonder irritant schoolmeesterachtig vingertje. Waar Westerse landen vaak voorwaarden stellen rond mensenrechten en goed bestuur, hanteert China een “no strings attached”-aanpak. Afrikaanse leiders waarderen die benadering: China presenteert zich als een gelijkwaardige partner en aarzelt niet om miljarden te investeren waar Westerse investeerders afhaken. Zo sloot Peking in 2008 de beruchte Sicomines-deal met Congo: in ruil voor mijnrechten op koper en kobalt beloofde China $3 miljard aan Congolese infrastructuur. Hoewel die belofte slechts deels werd ingelost (tot 2021 was nog geen $1 miljard werkelijk geïnvesteerd), bezitten Chinese bedrijven inmiddels meer dan 70% van Congo’s kobaltmijnen. Dit betekent dat 74% van het wereldwijde kobalt, onmisbaar voor EV-batterijen, in Congo wordt gedolven en grotendeels door Chinese firma’s wordt geëxporteerd voor raffinage in China.

Chinese invloed strekt zich uit over het hele continent. In Guinee heeft China zwaar geïnvesteerd in bauxiet (essentiële grondstof voor aluminium), passend bij Guinee’s status als cruciale speler in die markt. Chinese staatsbedrijven zoals SPIC zijn actief in Guineese mijnbouw en energie, en Beijing schrapte importtarieven voor 53 Afrikaanse landen om zijn toegang tot grondstoffen te verzekeren. Verder bouwde China strategische infrastructuur: van spoorlijnen in Kenia tot havens en een militaire marinebasis in Djibouti, China’s eerste buitenlandse basis, geopend in 2017 naast de Amerikaanse. Deze tweeledige strategie van economische deals en militaire aanwezigheid geeft Beijing een stevige vinger in de Afrikaanse pap. Diplomatiek laat China zich ook gelden: elke Chinese minister van Buitenlandse Zaken bezoekt traditiegetrouw als eerste Afrika, en op het Forum on China-Africa Cooperation prijkt een stoet Afrikaanse staatshoofden naast Xi Jinping.

 

De VS: terug van weggeweest

Ook de Verenigde Staten hebben ingezien dat Afrika cruciaal is voor strategische mineralen en invloed. Jarenlang lag de nadruk op terrorismebestrijding en ontwikkelingshulp, maar recent is een verschuiving zichtbaar “van aid naar trade” en geopolitieke winst. Tijdens een Amerikaans-Afrikaanse top in 2022 beloofde Washington miljarden aan investeringen; sindsdien sloot de VS bijvoorbeeld met de Democratische Republiek Congo en Zambia een memorandum voor een regionale toeleveringsketen van elektrische autobatterijen. Dit partnerschap moet Afrikaanse mineralen lokaal meer waarde geven in plaats van ze ruw te exporteren. Tegelijk werken de VS en EU met Afrikaanse partners aan de reeds genoemde Lobito-corridor, een spoor- en wegverbinding van Congo’s mijngebieden naar een Angolese Atlantische haven, bedoeld om export van koper en kobalt te faciliteren en China’s greep op logistiek te doorbreken.

Onderhuids zijn de Amerikanen bereid harder te spelen. Zo bemiddelde Washington in 2025 naar verluidt een deal tussen Congo en Rwanda om Amerikaanse bedrijven voorkeursrechten op kritieke mineralen te geven, in ruil voor veiligheidsgaranties – een aanpak getypeerd als “resources for security”, waarbij traditionele eisen rond democratie en mensenrechten van secundair belang zijn. Daarnaast onderhoudt de VS een militair netwerk in Afrika (AFRICOM), met troepen en basissen in onder andere Djibouti en Niger, officieel gericht op terreurbestrijding maar strategisch gelegen nabij grondstofrijke regio’s. De Amerikaanse aanwezigheid is deels reactief: China is inmiddels voor 52 van de 54 Afrikaanse landen een grotere handelspartner dan de VS. Washington probeert die achterstand in te lopen met hoge diplomatieke bezoeken (President Biden ontving 49 Afrikaanse leiders in 2022) en nieuwe initiatieven zoals de G7-Partnership for Global Infrastructure, maar veel van deze stappen worden door Afrikaanse waarnemers gezien als ingegeven door rivaliteit met China, niet per se door Afrikaanse noden.

 

Europa: waarden boven macht

Waar China, en steeds meer de VS, machtspolitiek inzetten, kiest Europa van oudsher een voorzichtiger koers. De EU profileert zich als “partner in ontwikkeling”, gebonden aan moralistische voorwaarden en hoge normen. Europese landen aarzelen om geopolitieke macht in te zetten uit angst hun waarden te verloochenen. Zo houden EU-akkoorden steevast goede bestuurclausules in, en is de hulp vaak afhankelijk van democratische vooruitgang. Dit principiële beleid heeft nobele intenties, maar resulteert in terughoudendheid die Afrikaans wantrouwen kan wekken. Afrikaanse critici ervaren het vaak als een schoolmeesterachtig vingertje van voormalige koloniale machten, die zeggen wat “goed” voor hen is maar zelf weinig investeren. Niet voor niets toont onderzoek (KcL) dat veel Afrikaanse bevolkingen China positiever beoordelen dan hun vroegere westerse kolonisatoren; China wordt gezien als bron van investeringen en infrastructuur zonder de koloniale bagage.

Europese beleidsmakers worstelen met het dilemma belangen versus waarden. In 2008 al stelde het Europees Parlement dat de EU niet simpel China’s methoden moest kopiëren in Afrika, om trouw te blijven aan Europese waarden en hoge standaarden voor goed bestuur. Deze lijn volgde de EU consequent: zelfs nu nieuwe spelers terrein winnen, houdt Europa vast aan principes als mensenrechten, transparantie en duurzaamheid. Zo heeft de EU wetgeving ingevoerd die de import van producten uit bijvoorbeeld kinderarbeid of gedwongen arbeid verbiedt. Kobalt uit Congolese mijnen waar duizenden kinderen onder gevaarlijke omstandigheden werken komt daardoor hopelijk niet meer ongezien in Europese smartphones en elektrische auto’s terecht. Dergelijke maatregelen weerspiegelen Europa’s morele kompas. Tegelijk leggen ze de vinger op de wonde: Europa is terughoudend om grondstoffen te winnen ten koste van mensenrechten, een prijzenswaardige houding in dit nieuw geopolitiek tijdperk, maar investeert ook niet voldoende om ter plaatse verbetering te brengen. Het gevolg is dat anderen die leemte vullen: Chinese en andere niet-Europese bedrijven kopen het kobalt op, vaak onder dezelfde twijfelachtige omstandigheden, terwijl Europa van de zijlijn toekijkt.

Bovendien leidt politieke terughoudendheid tot gemiste kansen. In landen als Zimbabwe of Guinee, waar Europa na coups of mensenrechtenschendingen op afstand bleef, grepen China, Rusland of regionale spelers hun kans om invloed en mijnconcessies te veroveren. Europa’s terughoudendheid voedt zo zijn strategische achterstand, ondanks de beste bedoelingen.

 

Gevolgen: Europa op de zijlijn

De consequenties van Europa’s voorzichtigheid manifesteren zich nu scherp. Ten eerste heeft Europa minder directe toegang tot strategische grondstoffen. China domineert niet alleen de Afrikaanse mijnen, maar ook de verwerking: het raffineert ~77% van ’s werelds kobalt en beheerst 85% van de zeldzame aardmetalen-verwerking. Europese hightech- en groene industrieën zijn daardoor afhankelijk van een concurrent voor de bouwstenen van hun toekomst (van batterijmaterialen tot windmolens). Toen China recent exportrestricties oplegde op zeldzame aardmetalen, schrok Brussel wakker: de EU’s groene ambities bleken kwetsbaar, precies omdat men te laat de toevoer van strategisch grondstoffen heeft veiliggesteld.

Ten tweede brokkelt Europa’s invloed in Afrikaanse hoofdsteden af. Waar China investeert in wegen en sporen, biedt Europa vaak preken over goed bestuur of kleinere ontwikkelingsprojecten. Het cynische gevolg is dat Europa moreel gelijk kan hebben over bijvoorbeeld corruptie of mensenrechten, maar geen drukmiddel heeft als het geen aantrekkelijke tegenprestatie biedt. Afrikaanse regeringen sluiten liever een deal met Chinezen die morgen een dam bouwen, dan met Europeanen die overmorgen misschien budget vrijmaken na lange procedure, en daarbij eisen stellen over lokaal beleid. Zelfs de recent gelanceerde Global Gateway-strategie van de EU, waarvoor maar liefst €300 miljard werd vrijgemaakt voor infrastructuurprojecten wereldwijd, waarvan €150 miljard voor Afrika voorzien, wordt door Afrikaanse stemmen met scepsis bekeken. Men vraagt zich af of dit echt een gelijkwaardig partnerschap wordt, of gewoon “oude wijn in nieuwe zakken” waarbij Europa vooral grondstoffen sneller wil ontginnen. Dat wantrouwen klinkt door in de woorden van de Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa: “investeringen zijn welkom, maar Afrika wil niet ‘slechts sneller grondstoffen leveren’ of een nieuwe afhankelijkheid creëren.” In zijn oproep om “roofbouwpraktijken” te vermijden en lokaal meer waarde toe te voegen, ligt een boodschap besloten aan zowel China als het Westen.

Ten derde lijdt Europa aan gemiste geopolitieke kansen. Terwijl China en de VS strategische allianties smeden, van militaire steun tot haventoegang, is Europa vaak verdeeld of afwezig op het veiligheidsfront. Frankrijk was lang militair actief in de Sahel, maar trok zich terug na oplopende spanningen; andere EU-landen aarzelen om hard power in te zetten. Daardoor verliest Europa mede de mogelijkheid om stabiliteit te garanderen in regio’s waar zijn bedrijven zouden kunnen investeren. China daarentegen combineert economische aanwezigheid met groeiende veiligheidsrollen (waaronder Chinese blauwhelmen en wapendeals), wat zijn partners extra zekerheid geeft, zij het ten koste van westerse invloed.

 

Macht en moraal: naar een assertiever Europa

Europa staat voor een pijnlijke waarheid: wie uitsluitend met het morele kompas navigeert en strategische kaarten niet durft te spelen, eindigt in deze geopolitieke context op achterstand. Toch hoeft het antwoord niet te zijn dat Europa zijn waarden overboord gooit. Integendeel, een assertiever Europees grondstoffenbeleid kán morele waarden en eigenbelang verzoenen, mits een verstandige aanpak.

Ten eerste moet Europa proactief investeren in Afrikaanse mijnbouw en vooral ook in de verwerkende industrie. In plaats van louter grondstoffen te importeren en elders te laten raffineren, kan de EU partnerschappen sluiten om ter plekke raffinaderijen en fabrieken te bouwen. Dat geeft Afrikaanse landen economische ontwikkeling en Europa een zekere toegang. Er zijn bemoedigende stappen: in oktober 2023 tekende de EU strategische grondstoffenpartnerschappen met Congo en Zambia. Die afspraken beloven steun bij het opzetten van lokale waardeketens, bijvoorbeeld een gezamenlijke kobalt-raffinaderij in Congo opzetten, zodat niet alle Congolese kobalt naar China hoeft. Dergelijke win-wins moeten van theorie naar praktijk: Europa dient financiële middelen en technologie vrij te maken om deze projecten te realiseren onder de Global Gateway-vlag.

Ten tweede kan Europa zijn enorme interne markt als troef inzetten om duurzaamheid en mensenrechten te bevorderen, zonder zich helemaal terug te trekken. Strengere importregels (zoals het EU-verbod op producten uit dwangarbeid) zijn stap één, maar de volgende stap is engageren in plaats van boycotten. Zo zou de EU, samen met Afrikaanse overheden, illegale en onveilige mijnbouw helpen formaliseren. In Congo’s kobaltsector kan Europese hulp bij het verbeteren van arbeidsomstandigheden, transparantie en milieustandaarden een alternatief bieden voor de huidige wildgroei. In plaats van Chinese bedrijven vrij spel te laten, kan Europa met waarden-gedreven investeringen laten zien dat het ook anders kan: eerlijkere mijnen, gesloten beurzen voor corrupte elites, en bescherming van lokale gemeenschappen. Europese bedrijven moeten dan durven investeren waar het nu moeilijk is, gesteund door diplomatieke rugdekking en eventueel garanties van EU-instellingen.

Ten derde vergt een assertiever beleid ook meer politieke durf. Europese leiders zullen frequenter naar Afrika moeten reizen, niet om de les te spellen maar om oprecht te luisteren en deals te sluiten die beide kanten vooruithelpen. Dat betekent soms pragmatischer omgaan met regimes die niet aan alle EU-idealen voldoen – engagement in plaats van isolatie, zolang dit ook de bevolking ten goede komt. Er is een middenweg tussen naïeve waardenloosheid en starre onbuigzaamheid: conditionele samenwerking.

Tot slot mag Europa zich niet inhouden zijn geopolitieke spierballen te tonen waar nodig. Dit betekent eenheid en strategie: een gecoördineerd grondstoffenbeleid in de EU én een stevigere aanwezigheid op het wereldtoneel. Of het nu gaat om marinemissies om zeeroutes te beveiligen of om deelname aan vredesoperaties in grondstofrijke conflictgebieden. Europese inzet kan stabiliteit bevorderen die nodig is voor duurzame ontginning. Die stabiliteit is niet alleen noodzakelijk voor de Afrikaanse bevolkingen, ze bepaalt ook of Europa mee kan dingen in de toekomst van Afrika’s grondstoffenwinning.

 

Herziening van het grondstoffenbeleid: een oproep

Europa’s terughoudendheid in Afrika was geboren uit nobele intenties: een afkeer van koloniale praktijken en een wil om het morele kompas te volgen. Maar in dit nieuw geopolitiek tijdperk dreigt dit idealisme een luxe te worden die we ons niet meer kunnen permitteren. De geopolitieke machtsstrijd om Afrikaanse mineralen woedt nu, en wie afwezig is, verliest en zal de rekening gepresenteerd krijgen. Herziening van het Europese grondstoffenbeleid is dringend: de EU moet een geopolitieke speler worden op dit front, zonder haar ziel te verkopen. Europa moet, in de woorden van prof. dr. David Criekemans (UAntwerpen), het beleidsthese van het hyperrealisme volgen, zoals hij uiteenzet in zijn gelijknamige boek. Dat betekent realistisch dat de Europese waarden en belangen hand in hand zullen moeten gaan.

Een assertiever Europa zou investeren in plaats van preken, partnerschappen smeden in plaats van enkel voorwaarden stellen, en desnoods concurrentie durven aangaan met China en de VS op de punten waar het ertoe doet, van kobaltcontracten tot spoorwegconcessies. Tegelijk moet Europa juist dóór die assertie tonen dat er een andere manier is: eentje waarbij de Afrikaanse bevolking profiteert, de milieu- en mensenrechten worden gerespecteerd én Europa zekere toegang tot kritieke grondstoffen heeft.

Alleen zo kan Europa voorkomen dat het met lege handen en een gevlekt geweten toekijkt hoe anderen de toekomst van Afrika’s grondstoffen, en zo ook de toekomstige technologische innovaties, bepalen. Door zijn morele kompas meer te verbinden aan strategisch handelen, kan Europa een geloofwaardige speler worden die zowel zijn idealen als zijn belangen veiligstelt. De keuze is duidelijk: handelen of achteropraken. Het is tijd dat Europa zijn waardegedreven retoriek aanvult met geopolitieke daden, in het belang van Afrika én zichzelf.

 

 

 

author avatar
Joren Ramboer
Joren Ramboer (°2004) studeert geschiedenis aan de Universiteit Gent, waar hij zich in zijn thesis verdiept in geopolitieke wereldgeschiedenis. Zijn onderzoek richt zich specifiek op de secessie van Zuid-Kasaï tijdens de Congocrisis, binnen de context van de grondstoffenpolitiek van de Koude Oorlog. Naast zijn academische bezigheden is Joren actief binnen de N-VA. Hij is praeses van Jong N-VA UGent, één van de grootste jongerenafdelingen van de partij en regiocoördinator voor Jong N-VA voor de Westhoek en de Westkust. In 2025 nam hij de rol op van jeugdminister van Binnenlands Bestuur in het Vlaams Jeugd Parlement. Daarnaast is Joren actief voor de diplomatieke studentenvereniging GentMUN. Ten slotte is Joren actief in de lokale politiek van Diksmuide, waar hij vanaf 2027 zetelt in het BCSD.
In dit artikel

Neem contact met ons op

Deel dit artikel