In een wereldorde in beweging staat de Europese Unie voor cruciale keuzes. 2025 is het jaar waarin haar rol scherper dan ooit in beeld komt. Voor een heldere blik op deze evolutie spreken we met professor Hendrik Vos, expert in Europese politiek.
Wat vindt u van de Europese reactie van vorige week op de Russische tegoeden die al dan niet naar Oekraïne zouden gaan?
“Gisteren hoopten Europese leiders en instellingen snel een akkoord te sluiten. Maar Bart De Wever verzette zich, en terecht. Het gaat om 140 miljard euro, een gigantisch bedrag. De constructie erachter is complex, juridisch én financieel. Dan wil je garanties. Zelfs als de kans op problemen klein is, moet je vermijden dat België de hele last draagt. Dat lijkt me een legitieme bezorgdheid.
Dat sommige media hem nu afschilderen als ‘de bad boy van Europa’ vind ik overdreven. Niemand zit daar om Pater Damiaan te spelen. Die leiders verdedigen hun land. Natuurlijk moet je bereid zijn tot compromis, maar hier ging het om een fundamentele kwestie die technisch nog niet uitgeklaard is.”
Het is niet zo dat de steun voor Oekraïne afkalft?
“We zullen zien wat er uit de volgende top komt. Maar één ding is duidelijk: de steun voor Oekraïne brokkelt niet af. Daarover was brede consensus. De vraag was vooral: doen we het op deze manier? Er ligt een pot geld klaar, bijna voor het grijpen. De verleiding is groot.
Want als je het anders aanpakt, moet je opnieuw in de zakken van de lidstaten tasten. En iedereen zit met begrotingsproblemen. Dus ik snap dat men kijkt naar die geblokkeerde tegoeden. Die redenering is logisch. Met wat goede wil kom je eruit. Maar dan moet het technisch goed onderbouwd zijn. De lasten die eraan vasthangen moeten eerlijk verdeeld worden.”
Heeft de oorlog in Oekraïne de Europese lidstaten dichter bij elkaar gebracht?
“Ja, op veel vlakken wel. Natuurlijk zijn er altijd barstjes, denk aan Hongarije en Slowakije, maar dat is niet nieuw. Bij buitenlandse conflicten is de EU meestal verdeeld. Denk aan Gaza en Israël: daar zie je hoe uiteenlopend de standpunten zijn.
Oekraïne is anders. Zeker in het begin van de oorlog voelde iedereen: hier wordt een grens overschreden. Letterlijk. Dit is zo existentieel dat we wel met één stem móésten spreken. Oekraïne steunen, Rusland sanctioneren. Zelfs al doet dat pijn. Die lijn wordt al geruime tijd vrij consequent aangehouden. Met hier en daar een barst. Maar vorige week keurden we het 19e sanctiepakket goed. Negentien pakketten die onszelf ook raken, maar telkens met één doel: Rusland onder druk zetten. Zo’n eensgezind optreden rond een buitenlands politiek probleem van deze omvang? Dat is in de hele geschiedenis van Europese integratie nog nooit gebeurd.”
Dus we leven niet in tijden van eurosclerose zoals in de jaren 70?
“Er zijn altijd crisissen en uitdagingen geweest. Dat is nooit anders geweest. Maar wat je vandaag merkt: de bereidheid om samen verder te gaan is groot. Iedereen wil vooruit, al vult de ene dat wat anders in dan de andere. En dat is net democratie. Er is niet één leider of land dat de richting bepaalt. Er is debat, er zijn spanningen, soms ruzie. Maar dat hoort erbij. We luisteren naar alle stemmen.
Sinds de brexit is het duidelijk geworden. Geen enkel land stelt nog voor om de EU te verlaten. Zelfs niet als gedachte-experiment. Er is ook nauwelijks nog een partij van betekenis die dat bepleit. Meer dan 5% halen met een exit-discours? Dat zie je nergens meer. De PVV in Nederland was vroeger voorstander van een Nexit. Maar ook dat is stilgevallen. Wilders heeft die eis laten vallen. Thierry Baudet blijft het roepen, maar dat is intussen echt marginaal geworden.
Europa leeft van kruispunt naar kruispunt. Dat is al dertig jaar zo. En daarvoor ook. Er zijn altijd nieuwe uitdagingen. En telkens opnieuw moeten we daar een antwoord op vinden. Dat is geen zwakte. Dat is hoe Europa werkt.”
Verbaast het u dat premier De Wever bij het openingscollege aan de UGent pleitte voor een meer geïntegreerd Europa?
“Als je een land leidt, merk je snel hoe beperkt je slagkracht is. Zeker in een wereld waar andere machtsblokken grootschaliger georganiseerd zijn. Wil je echt iets in beweging brengen, dan moet je samenwerken. En dat doen we al. We vormen één markt. We hebben grenzen weggehaald. Goederen en mensen bewegen vrij. Bedrijven organiseren zich grensoverschrijdend. Onze economie werkt op Europese schaal. En dat heeft gevolgen: je moet ook andere dingen samen aanpakken.
Als leider zie je dat snel. En wie op dat niveau meedraait zoals Jean-Luc Dehaene of Guy Verhofstadt merkt: dit is speelbaar. Dit is niet fatalistisch. Europa is geen machine met een vast spoor. Het is maakbaar. Dat betekent niet dat jij als leider alles bepaalt. Maar je speelt mee. En dat besef dat je mee richting kan geven maakt het waardevol. Daar begin je in te geloven.”
Mist Europa een leider zoals Jacques Delors die met een visie voor Europa voor de dag komt?
“Nieuwe wegen, nieuwe paden, dat vraagt leiderschap. Maar wie echt krachtige leiders wil, moet in China gaan wonen. Daar beslist de communistische partij. Wat Tibetanen of Oeigoeren vinden, doet er niet toe. Ik weet niet of dat het model is dat wij willen.
Bij ons werkt het anders. En vaak zie je pas achteraf wie echt visionair bezig was. Jacques Delors, bijvoorbeeld. Op het moment zelf was hij een grijze figuur. Letterlijk en figuurlijk. Kalend, voorovergebogen, altijd in hetzelfde kostuum, met bruine schoenen en een boekentasje. Geen indrukwekkende verschijning. Maar achteraf zie je: hij heeft dingen in gang gezet die bepalend waren. Het toont hoe leiderschap vaak pas achteraf wordt gewogen.
Het is een bilan dat je pas achteraf maakt. Wie echt richting gaf, wie durfde vernieuwen, dat zie je niet altijd op het moment zelf. Ik sluit zelfs niet uit dat ze het zelf soms niet beseffen. Visionair zijn is zelden spectaculair. Het is vaak stil, traag, en pas later voel je de impact.”
Onlangs kondigde Donald Trump aan dat de tarieven voor goederen uit Europa 15% zullen bedragen. Wat vond u van de reactie van Europa?
“Een succesverhaal kan je het niet noemen. Maar pragmatisch bekeken zat er niet meer in die deal. Voor wat het waard is, natuurlijk want sommige elementen kunnen van de ene dag op de andere veranderen. Er was nog steeds Amerikaanse steun voor Oekraïne. Of toch geen volledige loslating. En binnen de Europese Unie leefde vooral het gevoel: het kan erger worden. Dus laat ons instemmen, en vertrouwen op onze eigen sterkte.
Wat we in Amerika verliezen, kunnen we misschien winnen in Canada. Of in India. China is moeilijk, maar misschien ook daar wel iets. Dus maken we er het beste van.”
Bijvoorbeeld kunnen we winnen door een deal met Mercosur?
“Ja, Mercosur lijkt stilaan rond. Het is vorige week besproken op de Europese top, al is het wat tussen de plooien gevallen. Het haalde niet echt het brede nieuws, maar er was geen enkel lidstaat die zich verzette. Dus het ziet ernaar uit dat het akkoord er komt. Dat zou de Amerikaanse tarieven wat kunnen breken. Als we minder naar de VS kunnen exporteren, dan misschien meer naar Zuid-Amerika. Het is een kwestie van herkalibreren. Wat we op de ene markt verliezen, proberen we elders te winnen.”
Een andere manier hoe Europa haar competitiviteit kan verhogen is door het Draghi-rapport te volgen. Hoe kunnen we onze interne markten nog meer integreren?
“Kapitaalmarkten zijn zo’n typisch dossier waar lidstaten op de rem staan. In theorie klinkt het mooi: één Europese markt voor investeringen. Maar in de praktijk is het lastig. Europa blijft versnipperd als het gaat om geld ophalen en investeren. Lidstaten willen controle houden, hun eigen financiële instellingen beschermen. Dat is begrijpelijk, maar het vertraagt vooruitgang. Daar valt nog veel winst te boeken.
Mario Draghi stelt voor om massaal Europees te investeren. Eén euro die je samen inzet, brengt meer op dan 27 kleine nationale investeringen. Maar dat vraagt samenwerking. En ja, dan geef je controle op. Je ruilt je eigen 27e deel in voor een gedeeld geheel. Maar op lange termijn levert dat meer op. Landen hebben nooit voor hun plezier bevoegdheden aan Europa overgedragen. Zodra je iets samen doet, moet je rekening houden met Oostenrijkse bekommernissen, Duitse gevoeligheden, Franse prioriteiten. Je moet water bij de wijn doen. Anders word je triviaal.”
Worden we triviaal als Europa zijnde op het wereldtoneel?
“Nee, dat gevoel heb ik niet. Van binnenuit denken we vaak: ‘Er marcheert niks meer.’ Of: ‘We werken Amerika op de zenuwen.’ De reden waarom Trump met heffingen kwam, is omdat wij veel meer goederen exporteren naar de VS dan omgekeerd. Dat is contra-intuïtief: we denken dat Amerikanen hier alles verkopen, maar wij verkopen meer aan hen dan zij aan ons. Bij diensten ligt dat anders, maar het toont dat we nog altijd potentieel hebben.
We zijn een markt van 450 miljoen mensen. Welvarend, koopkrachtig. Iedereen wil met ons zaken doen. Nergens anders vind je zo’n grote markt met zo’n brede middenklasse. Alleen: we dragen dat niet genoeg uit. We beseffen het zelf niet altijd. Kijk naar uitbreiding. Je kunt daar veel over zeggen, maar er is een hele groep landen die hoopt lid te worden van de EU. Ik ken geen enkel land dat vraagt: ‘Mogen wij bij Rusland horen?’ Of bij China. Niemand vraagt om lid te worden van de VS. Canada niet. Groenland niet. Panama al helemaal niet.
Maar bij Europa is dat anders. Er is een lange lijst van landen die willen toetreden. Zelfs al betekent dat dat je een stuk soevereiniteit verliest. Dat je niet meer over alles zelf beslist. Dat je boetes kan krijgen van het Hof van Justitie. Toch zijn landen bereid die prijs te betalen, gewoon om erbij te horen.”
Waar wordt het EU-project nog het meeste gedragen?
“Waar het project het meest gedragen wordt, zie je net buiten Europa. In landen als Moldavië en Georgië zwaaien mensen met Europese vlaggen.”
Begrijpt u de kritiek dat de Europees Unie te technocratisch en te weinig democratisch is?
“Het Europese systeem werkt anders dan nationale politiek. Er is geen vaste regering. Elke meerderheid moet opnieuw worden opgebouwd. Elk wetsvoorstel, elk amendement, niets krijgt zomaar dezelfde steun. In het Parlement, in de Raad: het schuift voortdurend. En dat is in zekere zin democratischer. Met een goed idee, overtuigingskracht en wat bricolage kan je een meerderheid bouwen. Dat is echte parlementaire democratie. Ik vind niet dat Europa minder democratisch in elkaar zit.
Maar vaak ontstaat miscommunicatie. Nationale politici en opiniemakers blijven Europa voorstellen als een log, bureaucratisch monster. ‘Europa heeft beslist dat de dopjes aan de fles moeten hangen.’ Terwijl het een voorstel was dat bestudeerd en besproken werd en finaal met overweldigende meerderheid goedgekeurd in het Europees Parlement en door de lidstaten. Dit is ons niet opgelegd door een bende bureaucraten. Misschien heeft de meerderheid er achteraf spijt van. Dan kan het worden teruggeschroefd. Maar leg dat uit. Zeg waarom iets gebeurt, in plaats van gemakshalve te roepen: ‘Het komt van Europa’. Als je in een club van 27 landen dingen samen doet, moet je water bij de wijn doen. Dat is zoals in een vriendengroep. Je hoeft geen vrienden te zijn, maar je bent wel lotgenoten. We zitten samen op dat stukje grond, een uitstulping van Azië. Dat schept gemeenschappelijke belangen. En dan moet je naar elkaar luisteren.
“Dat zijn twee dingen die we beter moeten uitleggen: hoe het werkt, en dat het geen anoniem systeem is. Het zijn altijd compromissen. En als journalisten, opiniemakers en nationale politici dat niet doen, ontstaat het beeld van een wereldvreemd systeem waar niemand vat op heeft. Dan gaan mensen denken dat hun eigen politici geen verantwoordelijkheid dragen.”
Tot slot, veggieburger of veggieschijf?
“Als het van Vlaams Belang afhangt, verdwijnt de veggieburger. Dat is de enige Vlaamse partij die vond dat woorden als burger of worst enkel betrekking mogen hebben op producten met vlees. Van N-VA tot Groen en zelfs extreemlinks zei iedereen: ‘Daar gaan we ons toch niet mee bezighouden’. Maar het feit dat zo’n voorstel een meerderheid haalt, toont hoe sterk culturele gevoeligheden kunnen verschillen.
In Frankrijk kwam het idee vooral uit rechtse hoek: een burger moet vlees zijn. Maar bij ons zeiden zelfs centrumrechtse en conservatieve partijen: ‘Komaan, dat moeten we niet doen. En het frappante is: in Frankrijk stemden ook sommige sociaaldemocraten mee. Misschien zelfs communisten. Voor ons is dat moeilijk te begrijpen. We lachen er zelfs wat mee. Maar blijkbaar is het daar een echte gevoeligheid. Voor mij is dit alleszins niet de grote strijd waard.”

Professor Hendrik Vos (1972°) is gewoon hoogleraar Europese politiek en directeur van het Centrum voor EU-studies aan de UGent. In 2023 verscheen zijn bestseller ‘Dit is Europa: de geschiedenis van een unie’. Hij spreekt in eigen naam en is niet partijgebonden.