De wereldorde schuift, de NAVO wankelt, en Europa zoekt houvast. Terwijl de Verenigde Staten onder Trump hun rol hertekenen en China strategisch terrein wint, staat Europa voor een cruciale keuze: afwachten of handelen. Professor Sven Biscop, expert in geopolitiek en defensiebeleid aan UGent en directeur-generaal ad interim van het Egmontinstituut, analyseert de machtsverschuivingen met scherpe blik en strategisch realisme.
De Standaard kopte vorige week dat Europese leiders gas geven voor defensie en de Green Deal wordt afgeremd. Vindt u het logisch dat Europese leiders dat doen?
Ik weet niet of je die twee echt tegenover elkaar moet zetten. Volgens mij is het geen kwestie van óf, maar van én. We hebben een soort Green Deal nodig, daar ben ik van overtuigd. Ik spreek me niet uit over de precieze inhoud – dat is niet mijn vakgebied – maar dat we iets moeten doen om klimaatverandering aan te pakken, lijkt me van vitaal belang.
Tegelijk is defensie dat ook. Veiligheid, internationale stabiliteit, onze weerbaarheid: dat zijn geen luxeproblemen. We moeten durven investeren in beide, zonder het ene als excuus te gebruiken om het andere te negeren.
Wat is volgens u de hoofdprioriteit waar Europa moet investeren op vlak van defensie?
Voor mij is er één hoofdzaak: we moeten ons militair autonoom maken van de Verenigde Staten. Dat betekent niet dat we de alliantie met de VS moeten opgeven, integendeel. We blijven binnen NAVO, maar we moeten binnen die alliantie wel onafhankelijk kunnen opereren.
Als je kijkt naar hoe NAVO vandaag werkt, zie je dat het defensieplanningsproces mikt op één geïntegreerd pakket van strijdkrachten: Amerikanen en Europeanen samen. Maar in de praktijk zijn er domeinen – de zogenaamde strategic enablers – waarin bijna uitsluitend de Amerikanen capaciteit inbrengen. Denk aan offensieve raketsystemen, luchtverdediging, command & control, strategische inlichtingen. En dat is een probleem. Want de VS heeft zelf aangegeven, dat Europa zijn conventionele verdediging in eigen handen moet nemen. Met andere woorden: we kunnen niet langer blind vertrouwen op een gegarandeerde Amerikaanse bijdrage. En dat maakt de Europese strijdkrachten kwetsbaar. Ze zijn niet gebouwd om zelfstandig op te treden zonder Amerikaanse steun, daar zitten grote gaten.
Wat we dus moeten doen, is binnen NAVO blijven, de politieke en militaire commandostructuur handhaven, maar op het niveau van defensieplanning een tweesporenbeleid voeren. In plaats van één geïntegreerd pakket, maken we er twee: één Amerikaans, en één Europees. Dat Europese pakket moet volledig zijn, met eigen strategische capaciteiten, beveiligde communicatie, luchtverdediging, offensieve middelen, noem maar op. Uiteraard blijven we interoperabel, want we hanteren NAVO-standaarden. Maar we zijn ook militair autonoom.
Hoe ziet u de toekomst van het Trans-Atlantisch bondgenootschap?
Sinds Trump aan zijn tweede termijn begonnen is, verandert er ontzettend veel en in een razendsnel tempo. Dat is verrassend, maar tegelijk ook niet. Als je het op langere termijn bekijkt, is het niet onlogisch dat een alliantie die al sinds 1949 bestaat, op een bepaald moment spanningen begint te vertonen. Er zijn geen wetten in de internationale politiek die zeggen: een alliantie mag maximaal 75 jaar duren. Maar het is ook niet onnatuurlijk dat het na verloop van tijd moeilijker wordt om samen te blijven werken. Wij evolueren, de Amerikanen evolueren. Als we de NAVO willen behouden, zullen we er actiever aan moeten werken.
Wat we nu zien, is dat de VS zelf schade toebrengt aan de NAVO en aan de bredere trans-Atlantische relatie, ook economisch. En dat is problematisch, want we hebben wél belang bij die alliantie. We leven in een multipolaire wereld, met grootmachten die elkaar strategisch uitdagen. Als je een alliantie hebt met één van die grootmachten, zou het dom zijn om die zomaar op te geven. Maar het antwoord op Amerikaanse druk is niet dat wij zelf nog meer schade toebrengen. We moeten echter ook beseffen: een alliantie is geen doel op zich. Er is een kantelpunt. Als Trump te ver gaat en de NAVO niet langer in ons belang is, dan moeten we dat durven erkennen.
Waar we volgens mij fundamenteel fout zitten, is dat we denken dat Trump op zoek is naar een nieuw stabiel evenwicht. Dat als wij de juiste toegevingen doen, er een hernieuwde balans komt. Maar dat is niet zo. Trump interesseert zich niet in de NAVO. Als die morgen ophoudt te bestaan, zal hij daar geen minuut minder om slapen. En de EU? Daar is hij ideologisch tegen. Hij zoekt geen nieuw evenwicht met de EU; hij wil ze ontbinden.
Dus als je toegeeft, zal dat niet leiden tot stabiliteit. Het zal leiden tot de eis om méér toegevingen. Daarom moeten we op ons standpunt blijven staan. Zelf beslissen wat we zeker willen kunnen doen ongeacht wat Trump doet. En daaruit volgen rode lijnen. Die moeten we duidelijk maken aan de Amerikanen. Als Trump zijn eigen economisch akkoord met de EU van vorige zomer tegenspreekt, moeten wij zeggen: “Oké, maar dan gaan we niet blijven toegeven. Als jij je niet houdt aan de 15% die je ons zelf opgedrongen hebt en nog meer tarieven oplegt, dan nemen wij tegenmaatregelen.
Hoe moet Europa zich opstellen indien er conflicten zouden plaatsvinden tussen China en de Verenigde Staten?
In de VS leeft breed het idee – bij zowel Republikeinen als Democraten -dat China een existentiële bedreiging vormt. Er is een hele school die een confrontatie met China verwacht, inclusief militaire. Maar Trump zelf lijkt eerder de grote dealmaker te willen zijn. Hij zoekt een ‘grand bargain’. Aan de ene kant komt hij met tarieven, aan de andere kant zwakt hij ze soms stilletjes af om ruimte te creëren voor een akkoord. Hij heeft al gezegd: “Ik wil wel concessies doen.” En recent zag hij Xi opnieuw. We zullen zien of er een stabiel akkoord van komt.
Voor Europa zijn beide scenario’s lastig. Een handelsoorlog tussen de VS en China zou ook voor ons dramatisch zijn. Maar als Trump een akkoord sluit met China, dan hebben de Chinezen nog minder reden om rekening te houden met onze bekommernissen. We worden nu al als quantité négligeable behandeld. Deels omdat we onze economische hefboom niet durven gebruiken. Terwijl China economisch veel zwakker staat dan ze zelf toegeven. Ze hebben onze markt nodig, onze investeringen, en in sommige sectoren ook onze technologie. Maar ze zijn veel beter dan wij in het bewaren van een straffe façade. Wij nemen hier en daar wel maatregelen – denk aan elektrische voertuigen – maar uiteindelijk blijven we hangen in een status quo die economisch vooral China ten goede komt. Zij hebben geen haast om dat op te lossen. Tenzij wij duidelijk maken: als er geen oplossing komt, dan volgen er maatregelen. Maar dat doen we niet.
Daarom zeg ik: er is nog een modus vivendi mogelijk, en zolang die bestaat, moeten we daarvoor strijden. Mijn aanpak is: cooperate where you can, push back where you must. Als China het agressieve pad van Rusland zou opgaan, zitten we in een totaal andere situatie. Maar voorlopig zie ik dat ze binnen het systeem meer macht proberen te verwerven, niet om het systeem te vernietigen, maar om beslissingen te beïnvloeden in hun voordeel. Dat is politiek. Zolang ze het spel volgens de regels spelen, moeten wij gewoon beter ons best doen. Maar als ze vals spelen – bijvoorbeeld door de regels van de economische orde te schenden – dan moeten we terugduwen. Dan is pushback nodig. Alleen roepen dat de Chinezen slecht zijn, helpt niet. We moeten zelf sterker staan, en durven handelen.
Rode lijnen is iets wat Europa in Oekraïne toepast. Hoe ziet u het verdere verloop daar?
Je moet daar heel realistisch naar kijken. De militaire machtsbalans is zodanig dat Oekraïne zijn grondgebied niet kan bevrijden. Dat gaan ze niet kunnen, tenzij wij mee de oorlog instappen, en dat gaan we niet doen. Dus waar de Russen nu staan, daar zullen ze blijven. De facto. Juridisch erkennen is iets anders, maar als er vandaag een wapenstilstand zou komen, dan wordt de huidige frontlijn de nieuwe “line of control”.
De Oekraïners kunnen deze oorlog niet winnen. Maar de Russen ook niet. Ze zijn er tot nu toe niet in geslaagd om heel Oekraïne te veroveren of een ‘puppet regime’ te installeren. Dus als je mij vandaag vraagt wat het meest waarschijnlijke scenario is, dan zeg ik: het eindigt ongeveer waar we nu staan. Er kan nog intens gevochten worden, maar het front zal niet fundamenteel verschuiven. En die oorlog kan nog drie jaar duren met hier en daar een kilometer verschil, maar geen echte doorbraak. In die zin zou het beter zijn om nu het spel te bevriezen. Wat overblijft, bereiden we dan voor om lid te worden van de EU. Dat is misschien niet ideaal, maar wel de minst slechte optie. Alleen: de Russen willen dat niet. Je hoort soms stemmen – ook collega’s van mij – die zeggen: “We hebben Poetin gedwongen tot oorlog.” Alsof hij een vredesakkoord had getekend als we maar een beter aanbod hadden gedaan. Dat is onzin. Iedereen ziet dat Poetin niet wil onderhandelen. Hij blijft offensief denken en handelen.
Er staat nu een Oekraïens leger van een miljoen man. Dat telt mee in onze militaire machtsbalans qua afschrikking en verdediging. Als Oekraïne verslagen wordt, valt dat leger weg. En dan wordt Rusland nog sterker, zeker nu de Amerikaanse steun onder Trump minder zeker is. In het slechtste scenario worden Oekraïense soldaten zelfs ingelijfd in het Russische leger. Dus ja, het is in ons eigen belang dat Oekraïne blijft bestaan als soevereine staat. Dat hun leger aan onze kant meetelt. Dat is de realiteit. We hebben geen andere keuze dan hen te blijven steunen zolang die oorlog duurt.
Hoe bedreigt Rusland op dit moment Europa het meeste?
Ik zie twee fundamentele dimensies in het conflict rond Oekraïne. Eén: als we de Russen laten winnen, dan gaan ze niet stoppen. Dat hoef je niet te verzinnen, dat staat gewoon in hun strategische documenten, zoals de National Security Strategy. De manier waarop ze naar Oekraïne kijken, is dezelfde als naar alle ex-Sovjetrepublieken. Als ze het gevoel krijgen dat hun agressie wordt getolereerd, dan gaan ze proberen andere landen in hun exclusieve invloedssfeer te dwingen. En als Europa de indruk wekt dat we geïntimideerd zijn – dat we niet alleen onze partners, maar zelfs onszelf niet meer verdedigen – dan lok je op termijn agressie uit tegen jezelf. Denk aan de Baltische staten. Afschrikking werkt alleen als ze geloven dat je bereid bent op te komen voor je eigen belangen.
Twee: het hele debat over hybride acties. Sommigen zeggen: “We zijn al in oorlog met Rusland.” Dat klopt niet. Als dat zo was, zouden we Russen doden en zij ons. Dat is niet het geval. Er is ook geen permanente ‘gray zone’ tussen oorlog en vrede. Dat klinkt spannend, maar conceptueel is het niet nieuw.
Grootmachten concurreren altijd. Iedereen exporteert, importeert, zoekt politieke invloed. Concurrentie betekent: ik probeer van jou te winnen door het spel beter te spelen volgens de regels. Rivaliteit betekent: ik probeer van jou te winnen door vals te spelen tegen de regels. Dat spectrum gaat van spionage tot sabotage, chantage, en uiteindelijk oorlog. Dat is rivaliteit. En dat is niet nieuw. In de Koude Oorlog noemden we dat “covert operations”. Alle kanten deden het voortdurend. Nu doen we alsof het een ongezien fenomeen is, maar dat klopt niet. Dit is gewoon het klassieke spel van grootmachten. En als we dat spel willen meespelen, moeten we het eerst goed begrijpen.
Wat vindt u dat Europa en België moeten doen met oude wapens die vervangen worden door nieuwe exemplaren? Moet men die vernietigen of moet men die – zoals de VS in het verleden heeft gedaan – verkopen, maar daarmee potentieel een proxy war steunen?
Naarmate wij ons eigen arsenaal vernieuwen, moeten we ook nadenken over wat we ermee doen. Er zijn partnerlanden die dat materieel misschien goed kunnen gebruiken, mits ze er zorgvuldig mee omgaan. Maar het fundamentele punt is: macht is ondeelbaar. Als je een grootmacht wil zijn, moet je militair, politiek én economisch kunnen meespelen. Je kunt geen invloed uitoefenen als je één van die dimensies uitsluit.
Stel: een land zoekt partners, ook op militair vlak. En wij zeggen: “Sorry, wij doen politiek en economisch, misschien wat opleiding, maar geen materieel.” Dan gaan ze elders zoeken. En als dat ‘elders’ Rusland is, dan leveren de Russen het materieel en wie het materieel levert, heeft ook de meeste invloed. Die bepaalt mee hoe dat land zich oriënteert. Veel meer dan degene die een lezing komt geven of een diplomatieke missie opzet. Dat is de realiteit. Als wij onze rol willen opnemen, moeten we ook bereid zijn om in alle machtsdimensies aanwezig te zijn. Anders verliezen we terrein, niet alleen strategisch, maar ook moreel. Want dan laten we landen die wél willen samenwerken, over aan spelers die het minder nauw nemen met onze waarden.
Tot slot, vindt u dat de militaire dienstplicht terug ingevoerd moet worden in ons land?
Ik ben zelf nooit dienstplichtig geweest. Ik was net 17 toen die in 1993 werd opgeschort. Dus het idee om die zomaar terug te brengen voelt misschien wat gratuit. Maar als je kijkt naar een peer-to-peer conflict – zoals we dat vandaag opnieuw moeten durven denken – dan is het duidelijk: je moet reserves kunnen mobiliseren. Mensen met training, inzetbaar in geval van nood. Niet alleen officieren, maar ook onderofficieren en soldaten. Desnoods ook op verplaatsing, bijvoorbeeld bij NAVO-manoeuvres aan de grenzen.
Ik denk dat we dat nu in eerste instantie op vrijwillige basis moeten doen. Via een versterkte reservemacht en via de vrijwillige eenjarige legerdienst. Dat beleid vind ik eigenlijk wel goed. Je kunt de dienstplicht niet van de ene dag op de andere herinvoeren, daarvoor is het leger vandaag te klein. Toen we nog dienstplicht hadden, was het leger bijna dubbel zo groot. Als je nu iedereen oproept, heb je het hele leger nodig als instructeur. Dat werkt niet.
Dus je moet het geleidelijk doen. Maak de reserve aantrekkelijk. Breid de vrijwillige dienst uit. En dan, op een bepaald moment, moet je evalueren: zijn de aantallen die je spontaan binnenkrijgt voldoende? Als dat zo is, hoeft het misschien niet verplicht. Maar als je erin slaagt een cultuuromslag te creëren waarbij mensen zeggen: “Dat is prestigieus, ik wil dat doen”, dan heb je iets waardevols. Dat is wat je ziet in Scandinavië. Daar hebben ze een selectieve dienstplicht. Wie geselecteerd wordt, ziet dat als een bonus, als iets dat goed staat op je cv. Dat is een omkering in de mindset. En als dat hier ook lukt, waarom niet?

Prof. Dr. Sven Biscop (°1976) is professor in het buitenlands- en defensiebeleid van België en Europa aan de Universiteit Gent. Sinds 2002 is hij verbonden aan het Egmont – Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen, waar hij sinds oktober 2025 dienstdoet als directeur-generaal ad interim. In 2024 verscheen zijn meest recente boek: This is not a new world order. From Ukraine to Taiwan, waarin hij de verschuivende machtsverhoudingen en strategische keuzes van Europa analyseert. Voor zijn werk op Egmont werd hij geëerd met het kruis van Commandeur in de Kroonorde.