Wie vandaag de trein neemt in Brussel-Noord en uitstapt in Gent-Sint-Pieters of Antwerpen-Centraal, waant zich soms in een wereld zonder taalgrens. Een wereld waar Frans, Engels of eender welke andere taal kennelijk volstaat om een broodje te kopen, een koffie te bestellen of simpelweg geholpen te worden. Een wereld waar het Nederlands, onze taal en de taal van dit gewest, langzaamaan wegkwijnt als een ongemakkelijke bijzaak.
Dat is onaanvaardbaar. En het wordt tijd dat we dat luid en duidelijk zeggen.
Vlaanderen is geen taalvrij territorium
Wanneer een internationale keten een winkel opent aan een Vlaams station, aanvaardt die keten impliciet de spelregels van dit land, van dit gewest. En die spelregels zijn glashelder: in Vlaanderen is het Nederlands de officiële bestuurstaal. Niet het Engels. Niet het Frans. Het Nederlands. Dat is geen bekrompen chauvinisme, dat is de democratisch verankerde realiteit van onze federale staatsstructuur.
De taalwetgeving bestaat niet voor niets. Ze is het resultaat van decennialange strijd, van generaties Vlamingen die hebben gevochten voor gelijkwaardigheid in eigen land. De dichter Guido Gezelle verwoordde het treffend: “Mijn taal is mij een wereld.“ Wie vandaag doet alsof die wetgeving een formaliteit is, beledigt die geschiedenis en ondermijnt de fundamenten van onze samenleving.
De stille erosie
Het gevaar schuilt niet altijd in grote gebaren. Het sluipt binnen via kleine toegevingen: een kassamedewerker die niet in staat is om het Nederlands te spreken, een winkelketen die haar personeel niet taalvaardig maakt, een beheerder van stationsinfrastructuur die zijn ogen sluit omdat “het nu eenmaal internationaal is.” Stap voor stap, week na week, wordt de aanwezigheid van het Nederlands in de publieke ruimte uitgehold.
En let op: dit speelt zich niet af in een vacuüm. Taal is cultuur. Taal is identiteit. Taal is de lijm die een gemeenschap bijeenhoudt. De grote Vlaamse historicus Henri Pirenne schreef ooit dat volkeren niet verdwijnen door geweld alleen, maar door het verlies van wat hen innerlijk bindt. Wanneer we toestaan dat het Nederlands verdwijnt uit winkels, kantoren en loketten, geven we niet alleen een administratieve strijd op, we geven een stuk van onszelf op.
Normen en waarden: de ruggengraat van onze gemeenschap
Een taal beschermen is niet genoeg. Taal is de drager van iets diepers: de normen en waarden die ons als Vlaamse gemeenschap typeren. Ons respect voor arbeid, onze zin voor burgerzin en verantwoordelijkheid, onze gehechtheid aan democratie en rechtsstaat, onze cultuur van nuchterheid en wederzijds respect, dat zijn geen abstracties. Dat zijn de fundamenten waarop generaties Vlamingen hun leven hebben gebouwd.
De schrijver Hugo Claus, die de Vlaamse ziel doorgrondde als geen ander, wist dat een gemeenschap pas sterk is wanneer ze haar eigenheid durft te benoemen en te verdedigen. Die eigenheid staat vandaag onder druk, niet alleen door taalpolitieke onverschilligheid, maar door een breder relativisme dat doet alsof alle waarden inwisselbaar zijn, alsof er geen verschil bestaat tussen een samenleving met wortels en een samenleving zonder. Wij geloven dat die wortels er toe doen. Dat fatsoen, solidariteit en burgerlijke verantwoordelijkheid geen toevallige gewoontes zijn, maar verworvenheden die we actief moeten koesteren en doorgeven aan de volgende generatie.
Wie zwijgt, stemt toe
Er zijn stemmen die ons vragen te relativeren. “Globalisme,” zeggen ze. “Pragmatisme.” “De klant kiest zelf zijn taal wel.” Maar dat is een drogredenering. Want de Vlaming die aan een stationsloket in Hasselt of Kortrijk in het Nederlands geholpen wil worden, vraagt geen gunst, hij of zij eist een recht. Een wettelijk verankerd recht.
En wij, als Vlamingen, als democraten die geloven in de kracht van eigen taal en cultuur, moeten bereid zijn dat recht op te eisen. Niet fluisterend. Niet verontschuldigend. Luid en zonder schroom. Zoals August Vermeylen het al in 1900 schreef in zijn baanbrekend essay: “Wij willen Vlamingen zijn om Europeeërs te worden.“ Met andere woorden: eigenheid en openheid sluiten elkaar niet uit, maar eigenheid is de voorwaarde.
De overheid heeft hier een bijzondere verantwoordelijkheid. Wie concessies toekent aan uitbaters in stationsgebouwen, gebouwen die eigendom zijn van de gemeenschap, moet taalafspraken opnemen als bindende voorwaarden. Geen taalcompliantie? Geen concessie. Zo simpel is het.
Vlaanderen verdient beter
Wij verdedigen geen gesloten Vlaanderen. Wij verwelkomen iedereen die hier wil werken, wonen en bijdragen. Maar integratie veronderstelt een gemeenschappelijke taal én gedeelde waarden. En die taal is hier, op dit grondgebied, het Nederlands. Die waarden zijn hier, in deze gemeenschap, geworteld in eeuwen van Vlaamse geschiedenis en beschaving.
Dat geldt voor de nieuwkomer die hier een toekomst wil opbouwen. Dat geldt voor de multinational die hier een vestiging opent. En dat geldt, zonder enige twijfel, voor de internationale winkelketen die hier aan een Vlaams station klanten wil bedienen.
Bescherm onze taal. Bescherm onze waarden. Bescherm Vlaanderen.
Want wie zijn taal verliest, verliest zichzelf. En wie zijn waarden loslaat, verliest zijn gemeenschap.