zaterdag 24 oktober, 2026

“Eén slechte examenperiode bepaalt uw toekomst niet”: Zuhal Demir over de uitdagingen van ons onderwijs en de toekomst van onze studenten.

Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir. Foto © Emy Elleboog

Bij de start van het nieuwe academiejaar gingen we in gesprek met Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir. We hadden het over de hervormingen in het hoger onderwijs, het mentaal welzijn van studenten, de vrijheid van meningsuiting aan onze universiteiten. Ook blikken we terug op haar eigen studententijd en vragen welk advies ze heeft voor de studenten van vandaag.


 

Eerst en vooral, wat was uw mooiste ervaring tijdens uw studententijd?

Voor mij was dat vooral het gevoel van vrijheid. Ik kwam uit de cité in Genk, waar de sociale controle heel sterk was. Toen in de cité van Genk bekend raakte dat ik naar de unief ging was het kot te klein. Mannen die mijn vader waarschuwden dat ik slimmer dan hem zou worden, dat er in de grote stad allemaal verlokkingen zouden zijn, dat Vlaamse jongens mij naar bed zouden praten.

Plots zat ik op kot in Leuven en ging er een hele wereld open. Ik leerde op mijn eigen benen staan, maakte vrienden, ging uit, werkte in de Quick en werd studentenvertegenwoordiger. Het was soms met vallen en opstaan: na mijn eerste examenperiode had ik acht herexamens op negen vakken. Maar ook die heb ik uiteindelijk allemaal gehaald.

 

U bent vandaag ongeveer een 2-tal jaar Vlaams minister van onderwijs. Hoe kijkt u terug op die periode?

Het waren twee bijzonder intense jaren. Toen ik begon was voor mij heel duidelijk wat de opdracht was. Dat was de kwaliteit van ons onderwijs opnieuw omhoog krijgen. Dat doe je niet met één maatregel en al zeker niet van vandaag op morgen. Onderwijs vraagt geduld. Wat je vandaag verandert zie je soms pas jaren later in de resultaten.

Maar we hebben op korte tijd wel heel veel in beweging gezet. We hebben nieuwe minimumdoelen gemaakt, met opnieuw veel meer aandacht voor kennis en voor de basis zoals Nederlands en wiskunde. We hebben maatregelen genomen om meer effectieve lestijd te krijgen. We zetten volop in op het Nederlands. We hervormen de lerarenopleiding, zodat startende leerkrachten sterker voor de klas staan.

Ik ga niet beweren dat daarmee alle problemen opgelost zijn. Daarvoor zijn de uitdagingen te groot. Maar de lat ligt opnieuw hoger en we spreken opnieuw veel meer over waar onderwijs uiteindelijk om draait. En dat is kinderen iets leren. Dat klinkt vanzelfsprekend maar dat is het te lang niet geweest. En ik besef elke dag hoe groot die verantwoordelijkheid is. Onze kinderen krijgen maar één kans op goed onderwijs. Het echte werk is natuurlijk nog lang niet af.

 

De zogenoemde ‘harde knip’ is nu 3 jaar van kracht. Hoe evalueert u deze maatregel?

Wie studeert moet ook voldoende vooruitgang boeken. Als je studenten jarenlang laat vastlopen help je ook niemand vooruit. Als je merkt dat een richting je niet ligt moet je tijdig kunnen bijsturen.

In sommige opleidingen ligt het studierendement bijzonder laag. Bij Afrikaanse talen haalt bijvoorbeeld maar 10 procent na drie jaar een diploma, bij Oosterse talen 7,9 procent en bij Oost-Europese talen 5,3 procent. Voor mij is dus de bredere vraag hoe we ervoor zorgen dat studenten van bij de start beter weten waar ze aan beginnen en een goede kans hebben om de eindmeet te halen.

Tegelijk is de harde knip nog relatief jong. We moeten dus niet op basis van één momentopname beslissen dat het hele systeem goed of fout zit. We gaan binnenkort evalueren of de maatregel zijn beoogde effect heeft.

 

Mentaal welzijn is een steeds belangrijker thema bij studenten. Ze ervaren vandaag meer stress en prestatiedruk. Hoe kijkt u naar die evolutie en wat kan er volgens u gebeuren om het mentale welzijn beter te ondersteunen?

Dat jongeren meer mentale problemen ervaren moeten we ernstig nemen. Wie echt vastloopt moet snel hulp kunnen krijgen. Maar we moeten ook oppassen dat we niet elke vorm hoge verwachting beginnen te problematiseren. Studeren mag moeilijk zijn. Een examen waarvoor je zenuwachtig bent of een deadline waarvoor je hard moet werken is niet ongezond. Jongeren mogen ambitie hebben. Ze mogen ergens voor knokken. En ze mogen ook leren dat niet alles vanzelf gaat en dat tegenslag bij het leven hoort.

Waar ik mij wél zorgen over maak is de wereld waarin jongeren vandaag opgroeien. Ze worden de hele dag bestookt door sociale media. En achter die sociale media zitten algoritmes die je eindeloos bestoken met filmpjes, eindeloos doen vergelijken en eindeloos het gevoel geven dat iemand anders mooier, succesvoller, gelukkiger of interessanter is. Dat stopt nooit. Ook als je in bed ligt gaat die stroom gewoon verder.

Dat doet iets met een mens. Zeker met jongeren die nog volop bezig zijn uit te zoeken wie ze zijn. We moeten daar veel kritischer naar durven kijken. Bij kinderen hebben we met het smartphoneverbod bewust een grens getrokken. Bij jongvolwassenen ligt dat natuurlijk anders. Een student van twintig moet zelf keuzes kunnen maken en verantwoordelijkheid opnemen. Ik kan alleen maar oproepen om daar bewuster mee om te gaan.

 

In juni 2026 werd het systeem van de studiebeurzen bijgestuurd. Wat was voor u de belangrijkste reden om die hervorming door te voeren?

Omdat een studiebeurs bedoeld is om studenten te helpen studeren en vooruitgaan. Het is geen abonnement op het studentenleven.

Vlaanderen heeft een zeer toegankelijk hogeronderwijssysteem en daar mogen we fier op zijn. Ik heb daar zelf van kunnen profiteren. Maar daar hoort ook verantwoordelijkheid bij. Het budget voor studietoelagen is de voorbije jaren sterk gestegen, van 86 miljoen euro in 2015 naar 158 miljoen euro vandaag. Dan moeten we ervoor zorgen dat dat geld terechtkomt bij studenten die zich echt voor hun studies engageren.

Vandaag behaalt slechts 28 procent van de Vlaamse studenten binnen drie jaar een bachelordiploma. In andere ontwikkelde landen ligt dat gemiddeld op 43 procent. Te veel studenten verliezen dus jaren, energie en soms ook veel geld zonder een diploma te halen.

Daarom hebben we het systeem gerichter gemaakt. Wie voldoende studiepunten opneemt en vooruitgang boekt, moet op ondersteuning kunnen rekenen. Maar wie jaar na jaar nauwelijks vooruitgang maakt, kan niet onbeperkt beroep doen op gemeenschapsgeld. Tegelijk blijven er uitzonderingen voor studenten die door medische, sociale of andere bijzondere omstandigheden niet aan dezelfde voorwaarden kunnen voldoen.

 

De laatste jaren is er veel discussie aan de universiteiten over vrijheid van meningsuiting. Hoe kijkt u naar deze discussie?

Een universiteit moet bij uitstek een plaats zijn waar vrij gedacht kan worden. Daar moet je ideeën kunnen horen waar je het vanuit de grond van je hart mee oneens bent. Zoiets is net de grote kracht van een unief. Het antwoord op een slechte redenering is een betere redenering. Het antwoord op een mening waarmee je het oneens ben is tegenspraak. Het antwoord is nooit een verbod.

Vrijheid van meningsuiting is ook heel gemakkelijk te verdedigen wanneer iemand zegt wat je zelf graag hoort. Ze wordt pas echt belangrijk wanneer iemand iets zegt waarmee je het to-taal mee oneens bent.  Zeker van studenten en academici mogen we verwachten dat ze daarmee kunnen omgaan. Een universiteit moet jonge mensen niet afschermen van ideeën, maar hen leren er kritisch naar te kijken.

Vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid zijn geen hinderpaal voor goed onderwijs en onderzoek. Het tegenovergestelde is waar. Ze zijn er net essentiële voorwaarden voor.

 

Vlaanderen heeft nood aan een brede waaier aan talenten. We zien de laatste decennia een sterke groei in academische opleidingen. Hoe probeert u de praktijkgerichte opleidingen even aantrekkelijk te maken als het hoger onderwijs?

Vlaanderen heeft zowel gouden koppen als gouden handen nodig. Het ene goud is niet meer waard dan het andere. En ook in het hoger onderwijs moeten we af van het idee dat een academische opleiding het hoogst mogelijke is wat je kan bereiken. Het doel is vooral dat jongeren een opleiding vinden die bij hun talent past.

Graduaatsopleidingen zijn daarop een belangrijk antwoord. Ze zijn sterk praktijkgericht en leiden rechtstreeks naar werk. En voor heel wat jongeren zijn ze de opstap naar een diploma of een springplank naar een academische bachelor. We hebben daar de afgelopen jaren bewust in geïnvesteerd: 15,5 miljoen euro extra in 2026 en 33,5 miljoen euro extra vanaf 2027.

Zo’n aanbod moet natuurlijk wel kwalitatief sterk en overzichtelijk zijn. Het kan niet dat elke hogeschool op 200 meter afstand van elkaar dezelfde richting organiseert. Daarom heb ik samen met de hogescholen beslist om samen te kijken naar hun aanbod, zodat er meer samenwerking en minder versnippering is.

 

Ook de job van leerkracht staat onder druk. Hoe wilt u de lerarenopleiding versterken en de job van leerkracht aantrekkelijk te maken?

Ons onderwijs staat of valt natuurlijk met goede leerkrachten. En als je goede leerkrachten wil, dan moet je ook een goede lerarenopleiding hebben. Daarom hebben we voor de lerarenopleiding basisonderwijs nieuwe basisbekwaamheden vastgelegd. Die omschrijven veel concreter welke kennis en vaardigheden een afstuderende leerkracht-in-spé moet kennen en kunnen.

Maar er was nog een probleem. De starttoets schoot tekort.  Bijna iedereen slaagde daarop. En als bijna iedereen slaagt zegt zo’n toets natuurlijk weinig. Daarom wordt die starttoets volgend academiejaar vervangen door bindende kennistoetsen. Want wie straks Nederlands of wiskunde of Frans aan kinderen wil leren moet die basis natuurlijk ook zelf beheersen.

De tweede opdracht is het beroep zelf aantrekkelijker maken. Daarom moet een leerkracht opnieuw zoveel mogelijk kunnen doen waarvoor hij of zij gekozen heeft: lesgeven. Dat betekent ook meer rust en orde in de klas. Want als een leerkracht bezig is met het rumoer onder controle te houden kan hij moeilijk lesgeven.

En onze leerkrachten moeten ook perspectief krijgen in hun loopbaan. Dat is ook mee de inzet van het Onderwijspact dat ik op dit moment onderhandel: het beroep aantrekkelijk houden. De bedoeling is onder meer om startende leerkrachten beter te begeleiden, meer loopbaanperspectief te geven aan ervaren leerkrachten en ervoor te zorgen dat sterke leerkrachten kunnen doorgroeien in hun job. En minstens even belangrijk: taken die niets met goed lesgeven te maken hebben moeten we zoveel mogelijk van hun bord halen.

 

Wat zijn uw prioriteiten in deze legislatuur voor het hoger onderwijs?

Ten eerste moeten meer studenten hun opleiding succesvol afronden. Vlaanderen heeft heel toegankelijk hoger onderwijs, maar de uitstroom is te laag. Daarom moeten we beter oriënteren, duidelijke verwachtingen stellen en sneller ingrijpen wanneer studenten vastlopen.

Ten tweede moeten we het opleidingsaanbod slimmer organiseren. Vandaag bieden hogescholen soms dezelfde kleine opleiding op verschillende plaatsen vlak bij elkaar aan. Dat kost middelen die we beter kunnen investeren in kwaliteit. Daarom willen we samen met het hoger onderwijs bekijken hoe we het aanbod minder versnipperd en efficiënter kunnen maken. We investeren bijkomend geld, maar daar mag ook een inspanning tegenover staan.

Ten derde moet het hoger onderwijs nog beter aansluiten bij een snel veranderende samenleving en arbeidsmarkt. Universiteiten en hogescholen hebben veel autonomie en die wil ik respecteren. Maar autonomie betekent ook verantwoordelijkheid. Opleidingen moeten studenten voorbereiden op wat onze economie, zorg en samenleving nodig hebben.

En daar komt natuurlijk artificiële intelligentie bovenop. Kennis is vandaag overal beschikbaar. Met één druk op de knop krijg je een samenvatting, een analyse of een antwoord. Daarom moet hoger onderwijs meer doen dan kennis doorgeven. Studenten moeten leren zelfstandig denken, onderscheid maken tussen wat klopt en wat overtuigend klinkt, argumenteren en verantwoordelijkheid nemen voor hun keuzes.

Hoger onderwijs mag geen comfortzone zijn. Het moet studenten uitdagen, talent ontwikkelen en jonge mensen voorbereiden op een wereld die sneller verandert dan ooit.

 

Het Nederlands is voor u essentieel in het onderwijs. Waarom is het zo belangrijk om die focus op Nederlands te blijven leggen en nog te vergroten?

Nederlands, onze gedeelde taal, de basis om te kunnen samenleven hier in Vlaanderen. Maar het is ook de basis om te kunnen leren. Als je de leerkracht niet verstaat heb je niet alleen een probleem bij het vak Nederlands, maar ook bij wiskunde, geschiedenis, wetenschappen, …

Er moet meer ingezet worden op onze taal. Niet alleen als apart vak. Elke les moet eigenlijk een taalles zijn. Dat is het uitgangspunt van ieder kind taalheld.

Dat is extra belangrijk omdat het aandeel leerlingen in het basisonderwijs dat thuis voornamelijk geen Nederlands spreekt, de voorbije tien jaar is gestegen van 19 procent naar 27,3 procent.

Nederlands is ook veel meer dan schoolresultaten. Het is de taal waarin jongeren later solliciteren, collega’s ontmoeten, een contract lezen, met elkaar en met de overheid communiceren en deelnemen aan onze samenleving.

Nederlands kunnen spreken is ook een van de belangrijkste hefbomen voor gelijke kansen. Ik kan er zelf over meespreken. Wij spraken thuis Turks, maar mijn ouders stuurden ons zo vroeg mogelijk naar de kleuterklas en naar de bibliotheek omdat zij begrepen dat Nederlands onze kansen zou bepalen. Dat heeft gewerkt. Diezelfde kans moeten we vandaag aan ieder kind geven.

 

Als afsluiter, welk advies wilt u nog meegeven aan de studenten?

Geniet van die jaren en durf af en toe op je gezicht te gaan. Eén slechte examenperiode bepaalt uw toekomst niet. Ik had acht herexamens en ben uiteindelijk toch afgestudeerd. Maar grijp vooral de kansen die zich aanbieden. Ga op kot als je dat wil, neem engagement op, doe een studentenjob, leer mensen kennen. Je leert heel wat over de wereld op unief, maar je leert ook heel veel over jezelf.

En misschien nog het belangrijkste. Laat niemand anders bepalen hoe ver je kan geraken. Ik kwam uit een mijnwerkersgezin zonder groot netwerk. Dankzij mijn ouders, een studiebeurs en mensen die onderweg kansen gaven, ben ik toch aan die universiteit geraakt. Dus werk hard. Maar durf ook zelf ambitie te hebben.

 

In dit artikel

Neem contact met ons op

Deel dit artikel