vrijdag 13 februari, 2026

Bart Van Craeynest (Voka): “Economische groei is een noodzakelijke voorwaarde voor vooruitgang”

© Bart Van Craeynest

De economie staat centraal. Bill Clintons gevleugelde uitspraak ’It’s the economy, stupid!klinkt vandaag luider dan ooit. De Belgische begroting kraakt, de groei vertraagt en de industrie krimpt. Het zijn geen abstracte cijfers, maar concrete zorgen die bedrijven, beleidsmakers en burgers beroeren. Voor een scherpe analyse van deze urgente thema’s spreken we met Bart Van Craeynest, hoofdeconoom bij Voka en auteur van België kan beter.


 

Wat zouden volgens u de prioriteiten moeten zijn om het begrotingstekort van 5,5% van het bbp terug te dringen?

‘Een eerste stap is het vaststellen waar de ontsporing vandaan komt: ligt het aan de uitgaven of aan de inkomsten? Die discussie is de afgelopen weken en maanden volop gevoerd. Wat mij betreft is het duidelijk dat de ontsporing vooral aan de uitgavenzijde zit. Als we terugblikken op 2007 -het laatste jaar waarin België een begrotingsevenwicht kende-, dan zien we dat de inkomsten sindsdien met ongeveer 1,5% van het bbp zijn gestegen. De uitgaven daarentegen zijn met zo’n 7% van het bbp toegenomen. De inkomsten zijn dus niet gedaald, ze zijn zelfs gestegen, maar lang niet in dezelfde mate als de uitgaven’.

‘Federaal moet men kritisch naar de eigen uitgaven kijken. Gezondheidszorg komt daarbij nadrukkelijk in beeld. Tot nu toe gold daar een groeinorm van 3% bovenop de inflatie, maar dat is op lange termijn niet houdbaar. Bovendien wijzen verschillende analyses erop dat ons gezondheidszorgsysteem niet tot de meest efficiënte ter wereld behoort. Daar liggen dus kansen voor hervorming. Een tweede prioriteit betreft de inkomstenzijde. De huidige regering houdt vast aan het plan om de belastingen met 6 miljard euro te verlagen. Maar met een tekort van 38 miljard euro is dat financieel niet verantwoord. Vanuit economisch perspectief is belastingverlaging op zich wenselijk, maar als er geen budgettaire ruimte voor is, heeft het weinig zin. Eerst moet het tekort onder controle worden gebracht’.

 

Zijn de voorstellen van de premier – zoals een btw-verhoging en een indexsprong – stappen in de goede richting om het begrotingstekort aan te pakken?

‘Mijn uitgangspunt blijft dat we in de eerste plaats naar de uitgavenzijde moeten kijken. Als er dan toch maatregelen aan de inkomstenkant overwogen worden, dan is een btw-verhoging zinvoller dan de andere voorstellen die recent de revue passeerden, denk aan het afbouwen van uitzonderingen voor managementvennootschappen, flexi-jobs of studentenarbeid. Die ingrepen verhogen de lasten op arbeid, en dat is problematisch. België kent immers al een van de hoogste belastingdrukken op arbeid ter wereld. Ook op kapitaal is de belastingdruk bijzonder hoog, zeker als je alle heffingen meerekent. Enkel op consumptie zitten we onder het Europese gemiddelde. Dus als je ergens nog ruimte zoekt, dan is die eerder daar te vinden, al ben ik geen voorstander van belastingverhogingen in het algemeen’.

‘De indexsprong hangt nauw samen met een btw-verhoging. Zonder indexsprong zou een hogere btw leiden tot meer inflatie, waardoor lonen automatisch stijgen. Die loonsverhoging compenseert dan de hogere prijzen, maar schuift de factuur door naar de bedrijven, die hun concurrentiekracht nog verder zien afnemen. Een indexsprong zorgt ervoor dat de btw-verhoging effectief doorwerkt bij de consument, zonder automatische looncorrectie’.

 

Hoe kunnen we de economische groei opnieuw aanzwengelen, tot het niveau van vóór de financiële crisis?

‘Een eerste piste is het verlagen van de administratieve lasten voor bedrijven. Deze regering heeft zich dat voorgenomen en is ermee gestart, zij het traag. Nochtans is dat een maatregel die weinig kost, maar wél een verschil kan maken. We zijn in België doorgeslagen in regulering: regels zijn vaak te complex of te strikt, waardoor ze economische activiteit afremmen. Dat zie je ook aan het aantal start-ups en scale-ups. België scoort daar zwak in vergelijking met andere Europese landen. Die obstakels wegwerken hoeft niet veel te kosten, maar kan wél veel opleveren. Een concreet voorbeeld is de vergunningsproblematiek. De Vlaamse regering heeft daar recent stappen in gezet, onder meer via een expertencommissie die aanbevelingen formuleerde om vergunningsprocedures te versnellen’.

‘Vandaag is het zo dat bedrijven vaak maanden of jaren moeten wachten op een vergunning. De doorlooptijden zijn lang, de onzekerheid groot. Dat schrikt investeerders af, zeker in vergelijking met andere landen waar procedures sneller en transparanter verlopen. Die rem op investeringen is nergens voor nodig’.

 

Waarom is economische groei zo belangrijk voor u?

‘Economische groei is een noodzakelijke voorwaarde voor vooruitgang. Alles wat we willen realiseren -van koopkracht tot pensioenen, van onderwijs tot infrastructuur- hangt af van groei. Het idee dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij, dat vooruitgang mogelijk is, rust op economische dynamiek. Zonder groei wordt de koek niet groter. En als de koek niet groeit, ontstaat er strijd om de verdeling. Dan wordt vooruitgang voor de één automatisch achteruitgang voor de ander. Dat leidt tot polarisatie’.

‘Groei doorbreekt dat patroon. Ze creëert ruimte voor gezamenlijke vooruitgang. Natuurlijk moeten we die groei duurzaam maken, dat is een uitdaging, maar geen reden om groei op te geven. Zonder groei kunnen we de transitie niet dragen. Een stilstaande economie leidt tot sociale stagnatie en conflict. Daarom moet het beleid niet alleen focussen op begrotingsevenwicht. Dat is een belangrijke randvoorwaarde, maar geen doel op zich. Een gezonde begroting beschermt ons tegen schokken, maar maakt ons niet automatisch welvarender’.

 

Ziet u oplossingen in het Draghi-rapport?

‘Absoluut. Wat mij betreft is het Draghi-rapport het meest indrukwekkende Europese rapport dat ooit is geschreven. Het is een van de eerste dat de groeiproblematiek in Europa helder en urgent schetst. Draghi stelt onomwonden: als we niets doen, glijden we verder af. Geen groei betekent dalende koopkracht, toenemende polarisatie en uiteindelijk politieke blokkering. Het rapport legt die kettingreactie scherp bloot en toont hoe een gebrek aan economische dynamiek het hele systeem onder druk zet. Wat het rapport bijzonder maakt, is dat het niet blijft steken in abstracties. Het analyseert sector per sector waar Europa staat ten opzichte van de rest van de wereld, waar onze sterktes liggen en waar de knelpunten zitten. Het biedt geen kant-en-klare oplossingen, maar wel een duidelijke routekaart: een handleiding voor waar Europa dringend op moet inzetten’.

‘Dat Bart De Wever er deze week expliciet naar verwees in zijn toespraak aan de UGent, is geen toeval. Het rapport biedt een stevig fundament voor wie werk wil maken van structurele hervormingen. En het herinnert ons eraan dat de Europese interne markt na de financiële crisis grotendeels is stilgevallen. We zijn gestopt met vooruitgang boeken’.

‘Vandaag bestaan er nog steeds aanzienlijke handelsbarrières tussen lidstaten. Die kosten ons economisch potentieel, innovatiekracht en welvaart. Het Draghi-rapport maakt duidelijk dat het tijd is om die barrières weg te werken, de markt te verdiepen en opnieuw te investeren in groei. Niet als doel op zich, maar als voorwaarde voor sociale vooruitgang en politieke stabiliteit’.

 

Kunnen relatief eenvoudige ingrepen al veel betekenen voor economische groei?

‘De voorbije maanden ging veel aandacht naar internationale handelsconflicten, zoals die tussen Trump en China. Maar intussen blijven binnen Europa talloze handelsbarrières bestaan die minstens even schadelijk zijn voor onze economische dynamiek. Niet in de vorm van invoerheffingen, maar via uiteenlopende regels, normen en procedures die het vrije verkeer van goederen en diensten bemoeilijken’.

‘Een studie waar ook Bart De Wever naar verwees, toont aan dat de impact van deze interne barrières in sommige gevallen zelfs groter is dan de invoerheffingen die Trump heeft ingevoerd. En het frappante is: we hebben daar geen externe vijand voor nodig. We kunnen die barrières zelf afbouwen, binnen Europa. Veel van deze barrières zijn historisch gegroeid, maar niet langer verdedigbaar. Ze kosten ons economische slagkracht zonder dat daar een inhoudelijke reden voor is. Sommige oplossingen vergen investeringen -zoals het harmoniseren van spoorinfrastructuur- maar andere zijn puur regelgevend en kunnen morgen al worden ingevoerd. Denk aan het gelijktrekken van laadgewichten of het stroomlijnen van vergunningen’.

 

Denkt u dat Amerikaanse bedrijven Europa links laten liggen omdat de Europese kapitaalmarkt nog niet eengemaakt is?

‘Zeker, en het zijn niet alleen Amerikaanse bedrijven. Ook Europese bedrijven ondervinden hinder van het feit dat de interne markt en de kapitaalmarkt nog altijd niet volledig geïntegreerd zijn. Er is nochtans meer dan genoeg kapitaal in Europa .Daardoor is het moeilijk om grote, risicodragende investeringen te mobiliseren, vooral voor snelgroeiende techbedrijven en scale-ups. Jonge bedrijven die hier echt willen doorgroeien en kapitaal nodig hebben, kijken al snel richting de Verenigde Staten. Niet omdat daar meer geld is, maar omdat het daar eenvoudiger is om grote bedragen op te halen. Hetzelfde geldt voor onderzoek en ontwikkeling. Europese overheden investeren ongeveer evenveel als de VS, maar omdat alles hier zo versnipperd is, blijft de hefboom naar private investeringen veel kleiner. De vertaalslag van publieke naar private innovatiekracht stokt’.

‘Europa kan dit beter. Dat is ook de boodschap van het Draghi-rapport, waar Bart De Wever recent naar verwees. Het rapport becijfert dat het wegwerken van interne handelsbarrières tot 10% extra economische activiteit kan opleveren, goed voor 1.700 miljard euro per jaar in de EU, waarvan 66 miljard voor België. Dat plaatst de hele begrotingsdiscussie in perspectief’.

 

Staan we op een kantelpunt?

‘Absoluut. De groeivertraging is al langer aan de gang, maar nu komen meerdere grote transities samen: de vergrijzing bereikt haar volle impact, de duurzame transitie vraagt om moeilijke keuzes, en de geopolitieke context is fundamenteel veranderd. De globalisering maakt plaats voor strategische autonomie, en de digitale revolutie versnelt in een ongezien tempo. Die digitale transitie biedt enorme kansen voor welvaartscreatie, maar ze komt niet vanzelf. We moeten investeren in digitale infrastructuur én in brede opleiding. De snelheid waarmee technologie zich ontwikkelt -denk aan AI- is duizelingwekkend. Als we nu niet mee zijn, dreigen we straks achterop te hinken in een totaal andere economie’.

‘Daarom is het zo belangrijk dat Europa zichzelf heruitvindt. Niet door te blijven kijken naar wat er elders gebeurt, maar door in eigen boezem te kijken. De interne markt vervolledigen, de kapitaalmarkt integreren, barrières wegwerken, investeren in mensen en infrastructuur, dat is de sleutel tot duurzame groei’.

 

Kan de digitale transitie  de dalende arbeidsproductiviteit opnieuw op peil brengen?

‘De digitale transitie biedt een unieke kans. Technologie kan productiviteit een nieuwe impuls geven, maar dan moeten we wel mee zijn. Dat betekent investeren in vaardigheden, in infrastructuur, en in een beleid dat innovatie niet afremt maar stimuleert’.

 

Moet er ook een mentaliteitsverschuiving plaatsvinden bij werknemers om de digitale transitie te doen slagen?

‘Jazeker. In België zijn er zo’n 4 à 5 miljoen werkenden, en vrijwel iedereen zal de komende jaren op een of andere manier met AI geconfronteerd worden in zijn of haar job. Dat vraagt een brede mentaliteitsverschuiving. Werknemers moeten openstaan voor verandering, en werkgevers moeten bereid zijn om te investeren in opleiding. Die verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij bedrijven, maar ook bij de overheid. En daar scoort België internationaal gezien zwak: we investeren te weinig in levenslang leren en omscholing. Om deze transities te laten slagen, zijn twee dingen cruciaal: flexibiliteit en snelle opleiding. Flexibiliteit in de arbeidsmarkt, in het beleid, en in de mindset van mensen’.

‘Ook het beleid blinkt niet uit in aanpassingsvermogen. We zijn traag in het erkennen dat bepaalde systemen niet meer werken. Neem de automatische loonindexering: België is zowat het enige land ter wereld dat dit systeem op deze manier hanteert. Er is voldoende bewijs dat het beperkingen met zich meebrengt, maar het blijft onbespreekbaar. Dat is symptomatisch voor een beleid dat te veel gericht is op het beschermen van bestaande structuren, eerder dan op het voorbereiden van de toekomst. Die reflex om te behouden wat we hebben  creëert een gevoel van veiligheid. Maar in een wereld die razendsnel verandert, is dat een valse veiligheid. Op termijn wordt het een handicap. Als we niet mee zijn met de transities, komen we slechter uit’.

 

Tot slot, hoe houden we de dalende investeringen in de chemische cluster van de haven van Antwerpen tegen?

‘De situatie is ernstig, maar niet hopeloos. In de chemische cluster van de haven van Antwerpen  zetten bedrijven hun investeringen on hold. Niet omdat ze vertrekken, maar omdat de context hen dwingt tot terughoudendheid. Denk aan ExxonMobil, ArcelorMittal, BASF: industriële zwaargewichten die hun plannen herzien of uitstellen. Dat is geen tijdelijk dipje, maar een structureel risico. De energie-intensieve industrie heeft het bijzonder moeilijk. Energieprijzen voor Belgische bedrijven liggen vandaag vier tot vijf keer hoger dan in de VS, en twee tot drie keer hoger dan in Azië. Dat is een structurele handicap. Hogere loonkosten kun je deels compenseren met productiviteit, maar energieprijzen zijn moeilijker te neutraliseren, zeker voor bedrijven die al extreem efficiënt werken. Het gevolg: investeringen blijven uit. Projecten zoals INEOS Project One lopen nog, maar enkel omdat ze jaren geleden zijn beslist. Nieuwe initiatieven worden uitgesteld of zelfs geschrapt. Chemische activiteit in België daalde tussen 2019 en 2023 met 30%. En de cijfers voor 2024 en 2025 beloven weinig beterschap’.

‘Daarom is het cruciaal dat we onze industriële basis versterken. Industrie vertegenwoordigt nog slechts 13% van onze economie, maar is goed voor meer dan 50% van de bedrijfsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling. Ze is productiever dan andere sectoren en trekt de rest van de economie mee. Als we die motor verliezen, is vervanging in theorie mogelijk, maar in de praktijk bijzonder moeilijk’.

 

 

© Bart Van Craeynest

Bart Van Craeynest (°1975) is hoofdeconoom bij Voka en al meer dan twee decennia een scherp observator van de internationale conjunctuur, met bijzondere aandacht voor de Belgische economie. Hij deelt zijn inzichten via een tweewekelijkse column in De Tijd en een wekelijkse bijdrage voor Business AM. In 2023 publiceerde hij het boek België kan beter, waarin hij pleit voor een ambitieuzer economisch beleid. De auteur spreekt in eigen naam en is niet partijgebonden.

 

 

 

author avatar
Toulouse Clemens
Toulouse Clemens (°2004) is eerstejaars masterstudent rechten aan de Universiteit Gent en hoofdredacteur van Den Borluut, waar hij zich inzet op interviews en inhoudelijke verdieping. Gedreven door een brede interesse in politiek, economie en geschiedenis, zoekt Toulouse actief naar raakvlakken tussen recht en samenleving. In 2024 nam hij deel aan het Vlaams Jeugdparlement, waar hij zijn stem liet horen in het debat over de toekomst van Vlaanderen.
In dit artikel

Neem contact met ons op

Deel dit artikel