Als ik aan olie denk, denk ik niet meteen aan het asfalt waarop ik net reed, of aan benzineprijzen aan de pomp. Mijn eerste gedachte als politieke nerd gaat naar wijlen Dick Cheney en de Irakoorlog van 2003. En terwijl ik dit schrijf, lijkt de geschiedenis zich in aangepaste vorm te herhalen. Onder Trump II schuift Venezuela onverwacht weer naar de voorgrond van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Het land verkeert in diepe economische crisis en lijdt onder het autoritaire bewind van president Nicolás Maduro, maar het bezit tegelijkertijd iets wat de grootmachten niet kunnen negeren: zwart goud. En dat beseffen zowel China als de VS maar al te goed.
Waarom is Venezuela plots zo belangrijk voor Washington?
De hernieuwde Amerikaanse aandacht voor Venezuela draait niet alleen om drugshandel of illegale migratie (al is dat een handig instrument voor de retoriek richting de MAGA-achterban) maar om iets fundamentelers: toegang tot olie in de context van de nieuwe Koude Oorlog. Ondanks onze nobele klimaatambities blijft olie voorlopig onmisbaar, en wie het controleert wint aan invloed. In dat licht is Venezuela een geopolitieke jackpot voor de VS. Een land met de grootste bewezen oliereserves ter wereld ligt klaar om gedemocratiseerd te worden door de Amerikaanse adelaar. Een machtswissel in Caracas zou door Washington gezien kunnen worden als een uitgelezen kans om Chinese invloed terug te dringen en een nieuwe pro-westerse toegangspoort tot strategische grondstoffen te openen. Het is realpolitik pur sang.
Venezuela bezit ’s werelds grootste bewezen oliereserves, naar schatting 303 miljard vaten olie (schatting 2023). Ter vergelijking: dat is meer dan vijf keer de reserves van de Verenigde Staten. Het gaat hoofdzakelijk om zware, moeilijk winbare ruwe olie, maar de schaal alleen al maakt Venezuela tot een speler van formaat op het mondiale energieschaakbord. Maar olie is ook niet de enige troef. Het land herbergt ook een overvloed aan mineralen. Niet vreemd dus dat met name China hierop af is gekomen. Volgens schattingen heeft China sinds 2007 zo’n $68 miljard aan leningen verstrekt aan Venezuela, voornamelijk in de vorm van olie- en mijncontracten. Beijing beseft dat grondstoffen een belangrijke strategische waarde hebben in dit nieuwe geopolitieke tijdperk. Met andere woorden, de controle over Venezuela’s bodemschatten zijn een geopolitieke prijs waar wereldmachten om strijden. De VS liet dit terrein lang aan China, maar ziet nu opnieuw zijn kans.
Washington versus Caracas
Ooit waren beide landen hechte handelspartners: in de late jaren ’90 leverde Venezuela 1,5 tot 2 miljoen vaten olie per dag aan de VS, en was het één van Amerika’s grootste buitenlandse oliebronnen. Dat veranderde nadat Hugo Chávez de olie-industrie nationaliseerde en later zijn opvolger Nicolás Maduro de teugels verder aantrok. Washington zag het Venezolaanse regime steeds meer als vijandig. Toen Maduro zich in 2018 via twijfelachtige verkiezingen aan de macht hield, weigerden de VS en tientallen andere landen zijn overwinning te erkennen.
Onder de regering Trump I legden de VS zware oliesancties op in 2017 en 2019, waardoor de afzet naar de VS geheel werd afgesneden. Venezuela’s olieverkoop aan Amerika viel praktisch stil, en het regime zocht nieuwe afnemers. China sprong in dat gat: het werd Venezuela’s grootste oliekoper, naast landen als India en Cuba. Deze steun van bevriende autoritaire landen heeft Maduro mede in het zadel gehouden ondanks de Amerikaanse druk. Intussen hadden de sancties een verwoestend effect op de Venezolaanse economie, maar het strategische doel van Washington was duidelijk: de inkomstenbron van het regime droogleggen.
Ondanks het harde sanctieregime schuwden Amerikaanse beleidsmakers niet om de onderliggende motivatie te benoemen. Zo stelde John Bolton, Trumps voormalige nationale veiligheidsadviseur, dat het “een groot verschil zou maken voor de VS op economisch vlak” als Amerikaanse oliebedrijven toegang kregen tot de Venezolaanse olieproductie. Het was een zeldzaam openlijk moment van realpolitik: achter de nobele verklaringen over democratie schuilt het besef dat Venezuela’s olie de inzet is. Washington wil voorkomen dat rivalen als China die rijke bron blijven exploiteren.
Amerikaanse realpolitik: een strategische opportuniteit bij een machtswisseling
Voor de VS vormt een mogelijke machtswisseling in Venezuela een zeldzame strategische kans. Het einde van het Maduro-regime de deur openen naar een democratischer bestuur en dus ook naar hernieuwde samenwerking met Caracas. Amerikaanse oliebedrijven staan al jaren klaar om het enorme Venezolaanse potentieel opnieuw aan te boren zodra de omstandigheden het toelaten. Komt er een regering die markthervormingen doorvoert en buitenlandse investeerders toelaat, dan kan de productie relatief snel omhoog, precies wat de wereldwijde oliemarkt in tijden van schaarste en een opkomende politieke bipolariteit goed kan gebruiken. Toegang tot ’s werelds grootste oliereserves is een aantrekkelijk vooruitzicht voor een Amerikaanse regering die “America First” als leidraad heeft.
Een regimewissel zou bovendien de Chinese invloed in Latijns-Amerika terugdringen. Beijing heeft jarenlang het vacuüm gevuld dat Washington liet ontstaan, maar een nieuw, meer westers georiënteerd Venezolaans bestuur kan die machtsdynamiek in één klap omkeren. Niet voor niets schortte de regering-Biden in oktober 2023 een deel van de sancties op, in ruil voor Maduro’s belofte om vrije verkiezingen in 2024 te organiseren. Die verschuiving van “maximum pressure” naar voorwaardelijke dialoog toont hoe Washington zich toen al voorbereidde op een post-Maduroscenario.
Trump II omarmt opnieuw volledig de tactiek van harde retoriek en bewuste onvoorspelbaarheid. Sinds september voert de Amerikaanse marine gerichte operaties uit tegen kleine smokkelbootjes in de Caraïbische Zee, officieel als deel van de strijd tegen drugs. Recent liet president Trump via sociale media weten dat het luchtruim boven Venezuela “als gesloten beschouwd moet worden.” Tegelijk is de Amerikaanse militaire aanwezigheid in de regio zichtbaar opgedreven, onder meer met de herpositionering van het vliegdekschip Gerald R. Ford. Met oorlogsschepen in positie toont Washington bereid te zijn om militaire middelen in te zetten om haar strategische doelen te verwezenlijken. Tegelijkertijd gebruikt Washington de antidrugsretoriek als dekmantel voor wat volgens veel analisten vooral neerkomt op een geopolitieke drukcampagne met het oog op een regimewissel.
Kort gezegd: hoogstwaarschijnlijk is de Amerikaanse strategie erop gericht Venezuela zover te krijgen dat het van kamp wisselt, weg uit de invloedssfeer van Beijing en terug richting het Westen.
De Monroedoctrine is terug
Wie goed kijkt, ziet dat onder de oppervlakte een oud Amerikaans principe opnieuw tot leven komt: de Monroedoctrine. De idee dat het westelijk halfrond een exclusieve Amerikaanse invloedssfeer is, leek jarenlang iets uit de geschiedenisboeken, maar in het geval van Venezuela duikt ze opvallend snel weer op. Dat China zich de voorbije vijftien jaar diep in de Venezolaanse olie- en mijnsector heeft ingegraven, wordt in Washington steeds meer gezien als een directe uitdaging van dat oude uitgangspunt: Latijns-Amerika is onze achtertuin. In die zin is Venezuela opnieuw een test van de Monroe-doctrine anno 2025. En in dat licht wordt ook steeds aannemelijker dat president Trump dit oude uitgangspunt opnieuw actief omarmt.
Wat nu?
Hoe deze crisis zich zal ontwikkelen, blijft onmogelijk te voorspellen. Of Venezuela op korte termijn werkelijk van geopolitiek kamp zal wisselen, valt nog maar te bezien. Dat Washington aanstuurt op een machtswissel lijkt aannemelijk, maar hoe ver de VS daarvoor willen gaan, blijft voorlopig een open vraag. Misschien weet Trump het zelf nog niet helemaal. Even onzeker is hoe China zal reageren wanneer zijn strategische positie in de regio wordt uitgedaagd, of hoe de Venezolanen een mogelijke militaire invasie van hun land zullen interpreteren.
Daarbovenop komt dat deze crisis groter is dan Venezuela alleen. We leven opnieuw in een geopolitiek tijdperk waarin de strijd om strategische grondstoffen een centrale plaats inneemt. In dat bredere machtsspel is Venezuela uitgegroeid tot één van de vele toneelstukken waarop grootmachten hun rivaliteit uitvechten. En te midden van die grondstoffenstrijd en strategische berekeningen blijft één hoop overeind: dat de Venezolanen niet opnieuw de hoogste prijs betalen. Achter elke geopolitieke manoeuvre schuilt immers een bevolking bestaande uit mensen zoals jij en ik. De Venezolanen lijden al jaren onder hyperinflatie, repressie en honger – met massale emigratie als gevolg. Hoe het ook verder zal evolueren, laten we hopen dat de strijd om olie en invloed niet nóg meer levens verwoest, zoals het in Irak wel heeft gedaan.