Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) heeft in juli 2025 aangekondigd dat hij een grondige hervorming wil doorvoeren van het systeem van de de ereloonsupplementen voor artsen. Sinds vorige legislatuur heerst er openlijke vijandigheid tussen Vandenbroucke en de artsenwereld. Vorig jaar gaf 36% van de 346 artsen die de online enquête van Artsenkrant beantwoordden een score van 0/10 op de vraag hoeveel vertrouwen ze nog in Vandenbroucke hebben. Slechts 4 % kende hem een score hoger dan 7/10 toe. Zijn nieuwe beleidsvoorstellen, een schoolvoorbeeld in symptoombestrijding, markeren opnieuw een dieptepunt in het vertrouwen dat artsen nog hebben in zijn beleid.
De huidige problematiek en mogelijke oplossingen
De gezondheidszorg staat onder aanzienlijke druk omwille van de vergrijzing van de bevolking en de daarmee gepaard gaande toename van chronische aandoeningen, maar ook door de enorme financiële uitdagingen. De Riziv-begroting stijgt in 2025 tot maar liefst € 45,2 miljard, een toename van € 2 miljard tegenover vorig jaar. Dit ondanks een verplichte besparingscorrectie van € 216,8 miljoen die moest helpen om de uitgavengroei te temperen. Van dit enorme budget is 77.6% begroot door de overheid en de “out-of-pocket”-kosten (remgelden, supplementen, niet-terugbetaalde zorg, geneesmiddelen, enzovoort) bedragen 18%. Toch blijven de uitgaven structureel sneller stijgen dan de wettelijke groeinorm van 2,5%. Deze groeinorm, ooit een speerpunt in het Vlaamse politieke discours, lijkt in de coulissen verdwenen onder druk van de onbuigzame houding van de Vlaamse socialisten en dan vooral van minister Vandenbroucke zelf.
De kwaliteit van onze zorg: een Vlaamse verwezenlijking
Ons zorgsysteem, en in het bijzonder de Vlaamse gezondheidszorg, behoort tot de absolute wereldtop. België staat op de tiende plaats in de World Index of Healthcare Innovation, dankzij onder meer onze sterke positie op vlak van wetenschap, opleiding en technologie. Deze status is geen toeval of het gevolg van politiek micromanagement, maar een direct resultaat van de gedrevenheid, de discipline en de excellente prestaties van onze artsen. Vlaanderen kent een lange traditie van medische topopleidingen, doorgedreven specialisatie en academische vorming die ons een unieke voorsprong geven in Europa en de rest van de wereld.
“En toch meent de federale regering, in de persoon van minister Vandenbroucke,dat diezelfde topartsen financieel moeten worden afgeremd. De ereloonsupplementen, die in essentie dienen als vergoeding voor ervaring, specialisatie en de keuzevrijheid van de patiënt, worden neergezet als een obstakel voor rechtvaardigheid. Maar moeten we niet net fier zijn dat Vlaanderen zulke uitmuntende zorg biedt, en dat er artsen zijn die, net zoals topingenieurs of hoogleraren, beloond willen worden en naar waarde en kunnen geschat worden?” – Lander Sinnaeve
De vrijheid van de arts versus nivellering
Het debat over supplementen raakt aan een dieper ideologisch conflict: dat tussen meritocratie en nivellering. In een maatschappij die haar zorgverleners naar waarde schat, moet het perfect mogelijk zijn dat een toparts supplementen vraagt voor zijn diensten, zolang dit binnen een transparant, ethisch en wettelijk kader gebeurt.
Vandenbroucke lijkt echter te gaan voor een systeem waarin de zorgverlener volledig ondergeschikt wordt aan uniforme, dood gereguleerde tarieven. Dit zou geen hervorming zijn geweest ten dienste van de patiënt, maar een poging tot nivellering die vooral de Vlaamse artsen treft, die vaker geconcentreerd zijn in de prestatiegerichte, hooggespecialiseerde ziekenhuizen van ons gewest. Het wegnemen van financiële prikkels is dan ook niets minder dan een aanval op de vrije uitoefening van een beroep dat net op vrijheid, ethiek en zelfstandigheid gebouwd is. Wat eveneens onderbelicht blijft, is dat patiënten vaak bewust kiezen voor artsen met supplementen, omdat ze weten dat dit hand in hand gaat met ervaring, expertise of comfort. De vrijheid om als patiënt een keuze te maken, wordt ondergraven wanneer de overheid diezelfde keuze financieel ontmoedigt of zelfs onmogelijk maakt. Bovendien bestaat het risico dat onze topartsen naar het buitenland vertrekken of zich volledig uit de conventie terugtrekken, waardoor de toegang tot kwaliteitsvolle zorg juist minder gelijk wordt.
De minister wou de gezondheidszorgfactuur verlagen door supplementen te plafonneren, maar de échte oplossing ligt elders: snijden in de torenhoge administratieve last, inefficiëntie en overconsumptie in de gezondheidszorg. Uit een studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg blijkt dat meer dan 25% van de tijd van artsen en verpleegkundigen opgaat aan administratie in plaats van aan zorgtaken. Vlaanderen zou dankzij een digitalisering en slimmere processturing tot 20% efficiëntiewinst kunnen boeken. Dat is een jaarlijkse besparing van €300 miljoen, zonder één zorgprestatie minder. Door striktere terugbetalingscriteria en verplichte richtlijnen voor medische beeldvorming kan volgens het Riziv 15 à 20% van de onnodige scans worden vermeden, goed voor een jaarlijkse besparing van €200 à €250 miljoen euro. Door bovendien het remgeld te differentiëren – laag voor een eerste consult, hoger bij frequente bezoeken om zo onnodige raadplegingen te ontmoedigen – wordt artsentijd efficiënter benut. Dit kan jaarlijks tot €100 miljoen besparen, gebaseerd op de situatie in Nederland, waar het aantal consultaties per inwoner de helft lager ligt bij vergelijkbare gezondheidsuitkomsten. Het zijn stuk voor stuk maatregelen die breed gedragen kunnen worden in de samenleving, zonder te raken aan de fundamenten van onze artsen als zorgverleners.
Besluit: fierheid verdient erkenning
We moeten als samenleving durven erkennen dat uitmuntendheid niet vanzelf komt. Het is het resultaat van jarenlange studies, nachtdiensten, verantwoordelijkheid en permanente bijscholing. Artsen die supplementen vragen, doen dat vaak niet uit hebzucht, maar omdat ze leveren op een niveau dat ook elders in de maatschappij naar waarde wordt beloond. In een holistische visie op de zorg is er plaats voor kwaliteit én eerlijke verloning. Minister Vandenbroucke trachtte een beleid te voeren dat systematisch het vrije beroep van de arts als zorgverlener en de internationale reputatie van onze gezondheidszorg ondergraaft In plaats van het systeem structureel efficiënter te maken, kiest de minister voor egaliserend beleid dat talent ontmoedigt en de zorg onder druk zet. Dit anti-artsenbeleid brengt de betaalbaarheid én de kwaliteit van onze gezondheidszorg op lange termijn in gevaar. En het vertrouwen van de artsen? Dat zal zo enkel blijven dalen.
