zaterdag 28 maart, 2026

‘Wij zijn in de eerste plaats een warme Vlaamse gemeenschapspartij’

© Fred Debrock

N‑VA viert dit jaar haar 25ste verjaardag en doet dat met een voorzitter die bijna één jaar bezig is aan een nieuwe fase voor de partij. Wij spraken op het partijhoofdkwartier met Valerie Van Peel over de identiteit van N‑VA, de toekomst die ze voor ogen heeft en haar rol als voorzitter in dat traject.


 

U bent nu bijna een jaar voorzitter van de partij. Hoe kijkt u terug op die periode?

‘In het begin was het natuurlijk wat vreemd. Je beseft plots: ik ben nog maar de derde voorzitter in de geschiedenis van deze partij. En dan denk je: straks staat er op Wikipedia bij N-VA gewoon “Geert Bourgeois, Bart De Wever… en dan mijn naam”. Dat voelde eerlijk gezegd wat onwennig. Ondertussen ben ik daar wel aan gewend.

Het is nieuw, maar ook weer niet. Het is een andere rol, maar ik ken dit huis door en door. Ik ben hier ondervoorzitter geweest, ik heb jarenlang achter de schermen gewerkt, ik heb lang in het parlement gezeten en altijd heel nauw met Bart samengewerkt. De mensen zijn dezelfde, de dynamiek is dezelfde alleen heeft iedereen nu een andere rol. Dat maakt het ook warm en vertrouwd. Ik weet wie ik kan vertrouwen, ik ken iedereen goed. Maar natuurlijk: vandaag zit ík het partijbestuur voor. Terwijl Bart zijn mening geeft, moet ík concluderen. Dat was vroeger omgekeerd.’

 

Wat is uw grootste uitdaging geweest in die tien maanden?

Toen ik begon, was de Gazacrisis in volle gang. Dat was meteen een stevige binnenkomer. Het debat werd heel snel emotioneel, begrijpelijk, want het ging over iets dat iedereen emotioneel raakte. Maar net dan is het een uitdaging om niet mee te stappen in de oneliners of te doen alsof je een internationale crisis in één zin kunt oplossen.

Er was veel druk: je moet dit zeggen, je moet dat zeggen. Terwijl wij bewust kozen voor een genuanceerd standpunt. Achteraf bekeken is dat precies het standpunt waarop de regering uiteindelijk is geland, en waar vandaag eigenlijk iedereen het over eens is. Maar op het moment zelf was dat niet altijd eenvoudig om vol te houden.’

 

Wat is uw belangrijkste prioriteit voor de partij in de komende jaren?

‘Voor mij is het cruciaal dat de partij zich blijft ontwikkelen, los van de regeringen waarin we zitten. Dat is eigenlijk mijn kernrol: ervoor zorgen dat N-VA een eigen smoel behoudt, een eigen programma, en richting 2029 opnieuw met nieuwe ideeën en nieuwe mensen naar voren komt. Zowel achter de schermen – in de studiedienst – als voor de schermen. Die vernieuwing moet blijven komen, onafhankelijk van het dagelijkse regeringswerk. Regeringen zijn bezig met wat vandaag mogelijk is. Ik moet de langere termijn bewaken. Dat is één grote opdracht.

De andere is ervoor zorgen dat onze regeringen voldoende onze standpunten meenemen in hun beslissingen. We moeten hen wakker houden, zodat ze niet afdrijven van wat wij als partij belangrijk vinden.

Ik denk dat ik daarin misschien wat verschil van sommige collega-voorzitters: voor mij is uitdaging nummer één niet om zelf bovenaan in de peilingen te staan. Ik ben tevreden als in 2029 onze partij en onze kopstukken goed scoren. En nog belangrijker: dat we tegen dan – en vooral daarna – echt dingen hebben veranderd. Dat we een betere samenleving achterlaten dan de samenleving die we erfden toen we deze regeringen begonnen te leiden.’

 

U zei daarnet dat u vooral iets wil veranderen tegen 2029. Wat hoopt u dat de regeringen écht realiseren?

‘Voor mij zijn er twee dingen die absoluut moeten gebeuren. Ten eerste: we moeten opnieuw sociale rechtvaardigheid installeren. Dat betekent dat de sociale zekerheid opnieuw terechtkomt bij de mensen die ze écht nodig hebben, en dat ze weerbaar genoeg wordt om te blijven bestaan. Mensen moeten opnieuw het gevoel krijgen dat het systeem eerlijk is, zodat ze er ook willen aan bijdragen. Dat gevoel waren we kwijt. Als je dat herstelt, zet je tegelijk een grote stap richting een gezonde begroting en een duurzame toekomst.

Daarnaast is het voor onze partij belangrijk dat we, naast die soms harde maar noodzakelijke hervormingen, blijven tonen dat we breder staan. We zijn meer dan enkel de hervormers. We zijn ook een gemeenschapspartij die opkomt voor mensen die vaak tussen de mazen van het net vallen, groepen die geen vakbond of ziekenfonds hebben dat voor hen spreekt, maar die wel nood hebben aan iemand die hen ziet. We moeten dus durven inzetten op die brede, menselijke kant van ons verhaal. Een vorm van ‘compassionate conservatism’.’

 

Hoe moet de N-VA afraken van de mythe dat ze asociaal zijn en de sociale zekerheid willen afschaffen?

‘Er is een enorm verschil tussen sociaal klinken en sociaal zijn. Sociaal klinken is makkelijk: je belooft van alles, hogere pensioenen, vroeger stoppen met werken, 3000 euro netto voor iedereen. Dat levert duizenden likes op Facebook op. Maar het is niet eerlijk, en vooral: het is niet houdbaar. Je kunt dat misschien even volhouden, maar niet voor de lange termijn.

Echt sociaal zijn is veel moeilijker. Dat vraagt meer dan een slogan. Dat betekent dat je het pensioensysteem opnieuw eerlijk maakt: dat er een evenwicht komt tussen wat mensen bijdragen en wat ze eruit halen, dat de verschillende stelsels worden rechtgetrokken, en dat het systeem ook voor de volgende generaties blijft bestaan. Mensen moeten voelen dat het klopt, dat het eerlijk is, dan betalen ze ook met overtuiging belastingen.

Hetzelfde geldt voor de rest van de sociale zekerheid: werkloosheid, ziekte-uitkeringen, leefloon. Die moeten terechtkomen bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn, niet bij wie er misbruik van maakt. Dat is pas echt sociaal zijn: een systeem in stand houden dat werkt voor iedereen. De holle slogans van de voorbije decennia hebben dat systeem net uitgehold, waardoor we vandaag ingrepen moeten doen.

Daarnaast moeten we ook andere thema’s blijven opnemen. Ik heb zelf veel rond kinderbescherming gewerkt, dat zijn thema’s die soms ondergesneeuwd raken, terwijl ze essentieel zijn. We mogen niet alleen de harde dossiers brengen.

Wij zijn vanaf onze oprichting een brede gemeenschapspartij. Iedereen moet mee. We hebben geen zuil die zegt: “Kijk alleen naar deze groep.” Wij moeten naar het algemeen belang kijken. Dat betekent dat je de hele gemeenschap probeert op te tillen, niet alleen de rijken. Dat imago hangt soms aan ons, maar het klopt niet. En daar moeten we ons sterker tegen verzetten, want we hebben genoeg om te tonen dat we anders denken.’

 

Premier De Wever had het in een lezing over de Vlaamse volkswil die bepalend is voor de partij. Hoe ziet u dat?

‘Voor mij zijn er twee belangrijke elementen. Ten eerste: wij zijn altijd een partij geweest die de gemeenschap wil versterken. Maar je ziet dat de samenleving op dat vlak sterk evolueert. Als politicus kun je dat niet zomaar top-down veranderen. Wat je wél kunt doen, is beleid voeren dat gemeenschapsvorming mogelijk maakt, en zelf een toon hanteren die mensen verbindt in plaats van polariseert.

In de maatschappelijke evoluties van de voorbije jaren is het heel verleidelijk om mee te stappen in polarisatie. Wij moeten net het tegenovergestelde doen: nuance blijven brengen, eerlijk blijven uitleggen hoe dingen in elkaar zitten. Alleen zo creëer je ruimte om een sterke gemeenschap te bouwen waarin iedereen zich kan herkennen.

Als we het over het Vlaamse verhaal hebben, dan is dat precies wat we bedoelen. Je kunt pas solidariteit creëren tussen mensen die elkaar niet persoonlijk kennen als er een gedeelde identiteit bestaat. Dat begint bij een gedeelde taal, een gedeelde cultuur, gedeelde normen en waarden, en een gedeeld afsprakenkader.

En ja, het is geen geheim: wij geloven dat je dat soort gedeelde identiteit en solidariteit veel beter op Vlaams niveau kunt opbouwen dan op Belgisch niveau. Dat is niet veranderd.’

 

Dat moet dan gebeuren met het confederalisme?

‘Absoluut. Dat is voor ons de logische volgende stap. Het is niet omdat we vandaag een premier hebben die – bij gebrek aan een 2/3 meerderheid – geen grote stappen in de staatsstructuur kan zetten, dat wij als partij anders moeten denken. Integendeel: het is mijn taak als voorzitter om dat verhaal richting 2029 verder uit te werken en uit te dragen.

Maar vergis u niet: ook vandaag doen we al dingen. We voeren misschien geen grote staats­hervorming, maar we knippen wél rechtstreeks in de transfers. Daar is jarenlang – terecht – over gesproken binnen de Vlaamse beweging: de werkloosheidsuitkeringen, het opstapelen van leeflonen, de langdurige ziekte… Je ziet dat een groot deel daarvan aan Franstalige kant blijft hangen. Door daar nu strenger en efficiënter mee om te gaan, knip je automatisch een stuk van die transfers weg. We doen dus wat vandaag mogelijk is.

Maar dat is natuurlijk niet het eindstation. We moeten blijven streven naar een systeem waarin je alleen nog samenwerkt op domeinen waar je dat wíl, niet omdat je ertoe gedwongen wordt. Vandaag zitten we in een situatie waarin we met alles moeten samenwerken omdat we er niet in slagen bevoegdheden naar beneden te halen. Dat is een volledig verkeerd uitgangspunt.

Confederalisme hebben wij niet uitgevonden, het is gewoon de logische manier om beleid te voeren op het niveau waar een echte gemeenschap bestaat. En zoals ik eerder zei: een gemeenschap ontstaat pas wanneer er een gedeeld kader is: taal, cultuur, normen en waarden. Dat vind je op Vlaams niveau, niet op Belgisch niveau. Daarom blijft dat ons einddoel.’

 

Er wordt door sommige beweerd dat de NVA ‘le nouveau CVP is’. Wat is uw reactie daarop?

‘Als men daarmee bedoelt dat wij een even grote groep mensen willen vertegenwoordigen als de CVP ooit deed, dan zeg ik: graag zelfs en liefst nog meer. Maar inhoudelijk verschillen we fundamenteel. Wij hebben geen zuil. Dat is misschien niet de makkelijkste manier om aan politiek te doen – een zuil in je rug maakt veel discussies eenvoudiger – maar het is wél onze grote sterkte.

Zuilpartijen verdedigen in de eerste plaats hun eigen zuil. Wij kunnen naar het algemeen belang kijken. Wij moeten bij een stikstofakkoord niet eerst de boerenbond bellen om te vragen welk standpunt we mogen innemen. Wij kunnen kijken naar zo’n complex dossier en afwegen: wat is goed voor de landbouw, wat is goed voor de industrie, wat is goed voor de gewone Vlaming? Dat is wat een echte volkspartij doet.

Een zuilpartij kan dat niet. Die heeft het ABVV of een ziekenfonds letterlijk mee aan tafel zitten. Die moet eerst horen wat Bert Engelaar ervan vindt, bij wijze van spreken. Wij niet. Wij kunnen naar de sociale zekerheid kijken en de belangen van alle groepen afwegen, zodat we de hele gemeenschap optillen.

Dat geeft ons veel meer vleugels om een echte volkspartij te zijn. In percentages zijn er momenten geweest waarop ik de vergelijking met de CVP wel wou maken, maar inhoudelijk zijn we anders en dat is net onze kracht.’

 

Is de N-VA in de eerste plaats een Vlaams nationalistische partij, conservatieve partij of rechts-liberale partij?

‘Voor mij zijn wij in de eerste plaats een warme Vlaamse gemeenschapspartij. Dat betekent dat wij het algemeen belang vooropstellen, en dat we dat ook durven doen. Dat onderscheidt ons. Ondanks alle druk slagen wij er als partij in om een genuanceerd verhaal te blijven vertellen en dat is vandaag bijna een unieke eigenschap.

Kijk naar de verkiezingen: wij hebben heel duidelijk gezegd dat het moeilijk zou worden. We hebben uitgelegd wat er aan de hand was en welke maatregelen nodig zouden zijn. En na de verkiezingen hebben we exact hetzelfde verhaal verteld. Dat is ongezien de voorbije decennia. Maar het kan dus wel.

Wij brengen nuance zonder onze scherpte te verliezen. We vervallen niet in het CD&V-verhaal van “enerzijds, anderzijds”, waarbij niemand na drie dagen nog weet wat het standpunt nu eigenlijk is. Wij geven duidelijk richting aan, maar zonder te vervallen in slogans die geen rekening houden met de realiteit.

Dat evenwicht is moeilijk – het is voortdurend balanceren – maar het maakt ons wel uniek. Wij blijven eerlijk, genuanceerd en toch duidelijk. Dat is wat een gemeenschapspartij hoort te doen.’

 

Het was afgelopen zondag internationale vrouwendag. U zei in een interview met ondervoorzitter Frieda Gijbels dat feminisme een vies woord is?

‘Goh, ‘een vies woord’ is misschien veel gezegd, maar ik vind wel dat de slinger soms te ver is doorgeslagen. En ik heb het gevoel dat het huidige activistische feminisme zichzelf daar niet altijd een plezier mee doet.
Neem quota: ik ben daar altijd tegen geweest. Ik vind dat één van de meest denigrerende maatregelen die er bestaan. Als je als vrouw dankzij quota ergens terechtkomt, moet je je voortdurend afvragen: zit ik hier omwille van mijn capaciteiten, of omdat er een vakje moest worden ingevuld? Dat helpt niemand vooruit. Gelijke kansen zijn niet hetzelfde als gelijke uitkomsten. Ik heb nooit geloofd dat alles per se 50/50 moet eindigen.

En het ironische is: wij zijn een partij zonder quota, en gelukkig maar. Ik héb twee vrouwelijke ondervoorzitters. Met quota had ik verplicht een man moeten zetten om “in balans” te zijn. Doe het gewoon, en zaag er wat minder over.

Maar het wordt pas echt problematisch wanneer activisme beleid begint te sturen. Toen ik parlementslid was hadden  we een staatssecretaris van Ecolo, een textbook-voorbeeld van activistisch feminisme. Zij wilde beleid rond intrafamiliaal geweld enkel voor vrouwen uitwerken. Terwijl ongeveer 1 op de 10 mannen evengoed met partnergeweld te maken krijgen en dat is een nog groter taboe. Als je die groep uitsluit, maak je het probleem groter, niet kleiner. Ik heb daar legendarische gevechten moeten leveren om ervoor te zorgen dat ook zij dezelfde bescherming kregen.

We moeten stoppen met alles te polariseren in man-vrouw. De wereld wordt niet beter door “de vrouwen aan de macht te zetten”. Ik ken vrouwen waarvan ik hoop dat ze nooit macht krijgen, en mannen waarvan ik dat even hard hoop. Het is geen morele categorie. En als je alles zwart-wit maakt, help je de echte strijd niet vooruit.

En dan zie ik dezelfde activistische feministen op straat komen tegen voorstellen die ik doe rond bijvoorbeeld baas in eigen buik of drugsgebruik bij zwangere vrouwen. Ze komen op straat voor de hoofddoek een symbool dat historisch door mannen is bedacht om vrouwen te controleren. Dan denk ik: als dát feminisme is, dan ben ik het kwijt.

We moeten er vooral naar streven dat het géén issue meer is. Maar dan moeten we er ook niet telkens opnieuw een issue van maken.’

 

Tot slot, waar moet de N-VA de komende 10 jaar op blijven hameren?

‘Als wij erin slagen om die stap naar confederalisme waar te maken, dan kunnen we de welvaart op lange termijn veel beter verzekeren. Dat is één. Maar daarnaast moeten we ook het vertrouwen in de politiek herstellen door onze systemen -zoals de sociale zekerheid – opnieuw houdbaar en rechtvaardig te maken. Als mensen voelen dat het systeem eerlijk werkt, groeit het vertrouwen vanzelf.

En dat vertrouwen win je niet door te roepen, maar door te doen. Als wij op ons palmares kunnen schrijven dat we de sociale zekerheid weerbaar hebben gemaakt, dat we rechtvaardigheid hebben hersteld, en dat we de politiek opnieuw geloofwaardiger hebben gemaakt, dan hebben we gedaan wat we moesten doen. Dan mogen we trots zijn.’

© Valerie Van Peel

Valerie Van Peel (1979°) is sinds april 2025 voorzitter van de N-VA. Voorheen was ze federaal volksvertegenwoordiger (2014-2024) en ondervoorzitter

 

 

author avatar
Toulouse Clemens
Toulouse Clemens (°2004) is eerstejaars masterstudent rechten aan de Universiteit Gent en hoofdredacteur van Den Borluut, waar hij zich inzet op interviews en inhoudelijke verdieping. Gedreven door een brede interesse in politiek, economie en geschiedenis, zoekt Toulouse actief naar raakvlakken tussen recht en samenleving. In 2024 nam hij deel aan het Vlaams Jeugdparlement, waar hij zijn stem liet horen in het debat over de toekomst van Vlaanderen.
In dit artikel

Neem contact met ons op

Deel dit artikel